Haalbaarheidsstudie Pharem Filtration System, IPMV-thema Filtratietechnieken

In dit IPMV-project wordt de haalbaarheid voor Nederland onderzocht van een nieuwe technologie voor het verwijderen van microverontreinigingen uit afvalwater: het Pharem Filtration System (PFS).

De gebruikelijke (combinaties van) technieken (zoals PACAS, Ozon, GAK) voor het verwijderen van microverontreinigingen uit afvalwater verbruiken veel energie en/of grondstoffen, produceren verschillende metabolieten waarvan niet bekend is hoe schadelijk ze zijn, of halen niet voor alle stoffen het gewenste zuiveringsrendement. In dat verband wordt er nog druk gezocht naar verbeteringen van deze technieken. Maar ook naar mogelijke nieuwe technieken.

 

Dit project heeft als doel de voor- en nadelen van een innovatieve technologie, Pharem Filtration System (PFS), uiteen te zetten en daarmee antwoord te geven op de vraag of de technologie geschikt en doelmatig is. Op basis van de uitkomsten kan worden beslist om de technologie wel of niet in een pilotonderzoek verder te gaan testen. PFS is een innovatieve technologie waarbij op een gepakt bed geïmmobiliseerde enzymen worden ingezet om organische microverontreinigingen af te breken.

 

Hoewel leverancier Pharem al het nodige onderzoek heeft gedaan, zowel op lab- als pilot- en demoschaal, is de technologie nog niet op de schaal van een 100 000 i.e. rwzi toegepast. Het hoofddoel van dit onderzoek zal daarom zijn om samen met de leverancier eerder vergaarde pilot- en/of lab-data te verzamelen en te vertalen naar dit schaalniveau. Tevens zal worden onderzocht of alle geprioriteerde verontreinigingen kunnen worden verwijderd met enzymen.

Innovatieprogramma ‘Microverontreinigingen uit afvalwater’ (IPMV)

Dit project maakt onderdeel uit van het ‘Innovatieprogramma Microverontreinigingen uit afvalwater’, thema Filtratietechnieken. Doel van dit programma is om snel de weg vrij te maken voor een aantal veelbelovende verwijderingstechnieken, of mogelijke verbeteringen van bestaande technieken, zodat waterschappen binnen vijf tot zeven jaar meer beproefde verwijderingstechnieken tot hun beschikking hebben waaruit ze de beste keuze kunnen maken voor hun eigen situatie.

Over deze technieken bestaan momenteel nog onzekerheden, onder meer over verwijderingsrendementen, kosten en CO2-voetafdruk. Maar ook omdat onvoldoende duidelijk is of de technieken goed kunnen worden ingepast op Nederlandse rwzi's en welke effecten er optreden in de bedrijfsvoering en het zuiveringsproces van de rwzi.

Het totale budget bedraagt ongeveer 11,5 miljoen euro. Dat geld wordt bijeengebracht door het ministerie van IenW (5 miljoen),  STOWA (2,5 miljoen) en de gezamenlijke waterschappen (4 miljoen). Het innovatieprogramma loopt tot en met 2023.