Haalbaarheidsstudie toepassing CDP als adsorptiemiddel voor verwijdering microverontreinigingen, IPMV-thema Adsorptie

In dit IPMV-project wordt de haalbaarheid onderzocht van het gebruik van zogenoemde cyclodextrine polymeren (CDP's) als adsorptiemiddel voor de verwijdering van microverontreinigingen uit afvalwater.

In 2016 zijn aan de Cornell University in het Amerikaanse Ithaka cyclodextrine polymeren (CDP's) ontwikkeld. CDP’s zijn een nieuwe klasse adsorptiemiddelen die worden geproduceerd uit maïs. Ze hebben een groot aantal potentiële voordelen ten opzichte van conventionele adsorptietechnieken zoals actief kool. In 2018 hebben Witteveen+Bos, Waternet, TU Delft en CycloPure gezamenlijk de eerste testen gedaan op dit nieuwe adsorptiemiddel in de Nederlandse afvalwatercontext.

Het materiaal is volledig nieuw en kan een doorbraak betekenen op het gebied van verwijdering van microverontreinigingen. De eerste testresultaten uit de VS zien er zeer veelbelovend uit. Ze laten een kansrijk product zien, maar uitgebreider testen en de verdere vertaling naar de Nederlandse zuiveringspraktijk is vereist. Dat gaat plaatsvinden binnen dit project.

Innovatieprogramma ‘Microverontreinigingen uit afvalwater’ (IPMV)

Dit project maakt onderdeel uit van het ‘Innovatieprogramma Microverontreinigingen uit afvalwater’, thema Adsorptie. Doel van dit programma is om snel de weg vrij te maken voor een aantal veelbelovende verwijderingstechnieken, of mogelijke verbeteringen van bestaande technieken, zodat waterschappen binnen vijf tot zeven jaar meer beproefde verwijderingstechnieken tot hun beschikking hebben waaruit ze de beste keuze kunnen maken voor hun eigen situatie.

Over deze technieken bestaan momenteel nog onzekerheden, onder meer over verwijderingsrendementen, kosten en CO2-voetafdruk. Maar ook omdat onvoldoende duidelijk is of de technieken goed kunnen worden ingepast op Nederlandse rwzi's en welke effecten er optreden in de bedrijfsvoering en het zuiveringsproces van de rwzi.

Het totale budget bedraagt ongeveer 11,5 miljoen euro. Dat geld wordt bijeengebracht door het ministerie van IenW (5 miljoen),  STOWA (2,5 miljoen) en de gezamenlijke waterschappen (4 miljoen). Het innovatieprogramma loopt tot en met 2023.