23 april 2026
Effluentgebruik in de landbouw: is het schoon genoeg?
16 april 2026 | Symposium STOWA 'Gebruik effluent: het nieuwe normaal?'
Droogte zorgt voor een tekort aan water, ook in de landbouw. Dit leidt tot een zoektocht naar nieuwe bronnen. Een van de mogelijke bronnen is gezuiverd huishoudelijk afvalwater. Op het STOWA-symposium van 16 april bleven drie vragen terugkomen: wanneer is effluent schoon genoeg, welke extra zuivering is nodig en wie betaalt?
Zeeland als praktijkvoorbeeld
Akkerbouwer Huub Remijn uit Burgh-Haamstede opende met een concrete casus. Op Schouwen-Duiveland gebruikten hij en collega’s tot 2023 effluent van de plaatselijke rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) voor beregening. Toen Nederland dat jaar de Europese verordening over waterhergebruik implementeerde, bleek dat niet langer zonder vergunning te mogen. Twaalf agrariërs richtten daarop de Coöperatie Zoetwater Westerschouwen op, met als doel circa duizend hectare landbouwgrond te irrigeren met een kleine 400.000 kubieke meter effluent per groeiseizoen.
Het waterschap en de provincie staan in principe open voor medewerking, maar een vergunning is er nog niet. De provincie Zeeland is het bevoegd gezag en ziet zich voor meerdere vragen gesteld, waaronder de aanwezigheid van PFAS in het effluent en de mogelijke risico’s van verspreiding in bodem en water. De initiatiefnemers stellen dat hergebruik van effluent in dit gebied verwaarloosbaar bijdraagt aan de PFAS-belasting en dat PFAS in de eerste plaats als breder bronvraagstuk moet worden aangepakt.
Lef gevraagd
Bas Peeters, bestuurder van Waterschap De Dommel, bracht een ander perspectief in. In zijn beheergebied op zandgrond bestaat het debiet van sommige beken in de zomer voor 60 tot 80 procent uit effluent. Volgens hem moeten waterschappen het gebruik van effluent explicieter meenemen in hun besluitvorming over droogteaanpak. Daarbij klonk een oproep die vaker terugkwam tijdens de dag: niet kiezen is óók kiezen. Huub Remijn verwoordde het eerder op de dag zo: het risico van effluentgebruik is klein vergeleken met het risico van grotere problemen onopgelost laten.
Wie betaalt?
Een andere barrière is de financiering. Direct hergebruik vraagt om infrastructuur, extra zuivering en monitoring. De kosten kunnen niet alleen bij agrariërs worden neergelegd, aldus Huub Remijn. Vanuit de zaal werd gesuggereerd de verantwoordelijkheid te verdelen: waterschappen zorgen voor water dat voldoet aan de KRW-normen, initiatiefnemers betalen voor extra zuivering daarbovenop. Ook bredere overheidsfinanciering werd bepleit. Daarbij werd opgemerkt dat de hele waterketen nu al circa €6 tot €7 per kuub kost en een extra zuiveringsstap daar ongeveer €1 aan toevoegt.
Wat nu?
In de afsluiting werd Waterschap Aa en Maas genoemd als voorbeeld van een proactieve houding: stappen zetten zonder steeds te wachten op landelijke duidelijkheid. De oproep aan STOWA en de Unie van Waterschappen was helder: stop niet bij technisch onderzoek, maar ga ook aan de slag en leer door te doen.
Toch wordt een nationaal kader rondom PFAS en andere zorgwekkende stoffen nadrukkelijk gemist. Een vertegenwoordiger van het Interprovinciaal Overleg kondigde aan het ministerie van IenW daarover aan te schrijven; er zijn eerder afspraken gemaakt over zo’n kader.
Voor meer informatie mail naar Michelle Talsma, programmamanager STOWA
English resume