07 april 2020

Extra zoetwater dankzij waterfabriek?

Hoe zorgen we - ook in de toekomst - voor voldoende zoet water van goede kwaliteit, voor landbouw, natuur, industrie en huishoudens? Kunnen we afvalwaterzuiveringen ombouwen tot 'waterfabrieken' die water gaan produceren voor een robuuste zoetwatervoorziening? En wat levert dat op? In een gezamenlijk project brengen STOWA en KWR hiervoor de kansen en risico’s van nieuwe waterstromen tussen sectoren in kaart. Dat moet duidelijk maken hoe de wisselwerking is tussen watervraag en wateraanbod. Maar ook wat de effecten zijn van benutting van restwaterstromen, bijvoorbeeld op (grond)water voor drinkwaterwinning en natuur.

Voldoende zoetwater, voor alle gebruikers en functies. Ook in Nederland wordt het een steeds grotere uitdaging. We worden door het veranderende klimaat steeds vaker geconfronteerd met droogteschade aan landbouw en natuur. Lokaal en regionaal wordt er dan ook volop gewerkt aan zelfvoorziening en aan het zo efficiënt mogelijk gebruiken van het beschikbare zoetwater.

Figuur 1. (rechts) Waterhergebruik tussen sectoren kan de druk op het grondwatersysteem verlichten.

Maar om de zoetwatervoorziening op de langere termijn op peil te houden, zullen we ook buiten de gebaande paden moeten durven treden. Dat bepleit onder meer de Beleidstafel Droogte. Watervragers en -aanbieders moeten zich met elkaar verbinden, in plaats van apart te zoeken naar een oplossing voor zoetwaterbeschikbaarheid. Eén van de opties is hergebruik van restwaterstromen, waaronder water uit de rioolwaterzuivering (figuur 1).  

Waterkwaliteit op maat

Bij de inzet van gezuiverd restwater moet je rekening moeten houden met een aantal zaken. Bijvoorbeeld met de mogelijke aanwezigheid van ziekteverwekkers en antropogene stoffen in dit water. Binnen de waterketen wordt daarom steeds meer toegewerkt naar de levering van ‘waterkwaliteit op maat’ waarbij rwzi's als 'waterfabriek’ functioneren. STOWA doet samen met waterschappen onderzoek naar de manier waarop zo'n waterfabriek er technologisch uit kan komen te zien. Onder meer binnen het project Waterfabriek Wilp. Waterfabrieken kunnen, afhankelijk van het doel, schoon of nog schoner water produceren.

De grote vraag is: hoe zien de waterstromen tussen de waterketen en het oppervlaktewater- en grondwatersysteem eruit en hoe beïnvloeden die elkaar? Daarvoor brengen STOWA en het programma Water in de Circulaire Economie (WiCE) van KWR alle zoetwaterstromen in kaart. Dat gebeurt via een conceptueel model.

In dit model wordt ook het benutten van gezuiverd afvalwater (waterketen) voor de zoetwatervoorziening (watersysteem) gekwantificeerd. Hiermee wordt de samenhang/wisselwerking tussen watervraag en wateraanbod (van uiteenlopende sectoren) inzichtelijk én worden de effecten van nieuwe benutting van waterstromen op bijvoorbeeld drinkwaterwinning en natuur duidelijk. Het model wordt concreet uitgewerkt voor enkele pilotgebieden, met verschillende karakteristieken. Denk daarbij aan het type watersysteem, grootte van de waterzuiveringen, areaal landbouw en natuur, type industrie. Dit levert een blauwdruk op voor toepassing van de werkwijze in andere gebieden in Nederland.

Meer weten?

Voor specifieke vragen over dit project kunt u contact opnemen met Michelle Talsma (STOWA), of Ruud Bartholomeus (KWR).

  • Over waterhergebruik en zoetwatervoorziening heeft KWR begin 2020 een verkennend onderzoek uitgevoerd. > Download het rapport
  • STOWA heeft een Deltafact 'Hergebruik effluent' opgesteld > KLIK HIER 
  • Dit project is onderdeel van het programma Water in de Circulaire Economie (WiCE). > KLIK HIER

Tekst: Ruud Bartholomeus, KWR

Figuur 2:.Vergelijking tussen het huidige menselijke watersysteem van Nederland (A) en het mogelijk toekomstige watersysteem onder het zgn. STOOM- scenario (B). Getallen geven watervolumes aan in Mm3/jaar. De netto druk op grondwater is aangegeven in Mm3/jaar: deze neemt toe onder het STOOM-scenario. Bron: Pronk et al. 2020