16 mei 2019

Hoe zijn waterkeringbeheerders omgegaan met de droogte? Update

STOWA heeft een overzicht gemaakt van de wijze waarop individuele waterbeheerders zijn omgegaan met hun waterkeringen tijdens de langdurige droge zomer van 2018. Het rapport laat interessante verschillen zien en heeft ook enkele waardevolle inzichten opgeleverd. Bijvoorbeeld dat gemaaid gras meer lijkt uit te drogen dan ongemaaid gras. Waterschappen kunnen met dit overzicht het nodige van elkaar leren.


Waterschappen zijn vrij in de manier waarop ze de kwaliteit van de keringen onder extreme weersomstandigheden waarborgen. Ze zijn het afgelopen jaar dan ook verschillend omgegaan met de extreme droogte, onder meer wat betreft de start, frequentie en uitvoering van droogte inspecties. Het was voor STOWA aanleiding te kijken of bij een verschil in de werkwijze in een (extreem) droge periode gelijkwaardige schadebeelden zijn geconstateerd en of de uitkomsten handvatten kunnen bieden voor de wijze waarop inspecties in de toekomst zo slim mogelijk kunnen worden uitgevoerd.

Uit het overzicht komt naar voren dat het Hoogheemraadschap van Rijnland, Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en Wetterskip Fryslân relatief vroeg beginnen met het inspecteren van een selectie meest droogtegevoelige keringen: vanaf 150 mm neerslagtekort. De Stichtse Rijnlanden is hiervoor (bij 100-150 mm neerslagtekort) al begonnen met het beregenen van keringen waar beginnende scheurvorming is geconstateerd. Waterschap Rivierenland en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard volgen de richtlijnen van STOWA (2008-02 VIW) en beginnen vanaf 175 mm neerslagtekort met inspecteren van de droogtegevoelige keringen, dit wordt om de 14 en 10 dagen herhaald. Waternet en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) beginnen relatief laat met inspecteren, vanaf 200 en 225 mm neerslagtekort. Waterschap Vallei en Veluwe en Waterschap Scheldestromen hebben in 2018 geen droogte inspecties uitgevoerd omdat de dreiging niet hoog genoeg was door lage rivierstanden en het grote aantal compartimenteringskeringen.

Het Hoogheemraadschap van Delfland gebruikt de SPEI (Standardized precipitation-evaporation index) om de start van de droogte inspecties te definiëren. Waarbij drie categorieën droogtegevoelige keringen vanaf een bepaalde afwijking van de langjarige gemiddelde neerslag worden geïnspecteerd

Ondanks de lang aanhoudende droogte zijn de meeste waterschappen tijdens de zomer van 2018 niet meer schadebeelden tegengekomen dan tijdens andere droge jaren. Tijdens de inspecties zijn vooral scheuren, lekkages en verdroging van de grasmat geconstateerd. De meeste droogtescheuren zijn vanzelf weer dichtgetrokken en ook de grasmat heeft zich goed hersteld toen het weer begon te regenen. Enkele scheuren en kale plekken zijn handmatig gedicht of ingezaaid. De samenstelling van de grasmat kan zijn veranderd, doordat kruiden de droogte beter aankonden dan de grassen. In de start van het nieuwe droogteseizoen 2019 zijn er inmiddels enkele nieuwe schadesituaties vastgesteld. Deze zijn gerelateerd aan de droogte van 2018 maar nu pas zichtbaar geworden. De krimp en inklink van de bodem als gevolg van de droogte in 2018 werkt dus nog wel door.

Het is volgens de opstellers van het overzicht belangrijk om de kennis die is opgedaan in deze extreme situatie goed vast te leggen, te delen en in te zetten om tijdens een volgende droge periode op een nog efficiëntere manier de waterveiligheid te kunnen waarborgen. Daarnaast is het nuttig om in 2019 de ontwikkeling van de droogte en acties die daarop worden genomen door waterbeheerders, nauwkeuriger te volgen.