06 juni 2019

Leren van wateroverlast

STOWA heeft onlangs door waterschappen uitgevoerde evaluaties van wateroverlastgebeurtenissen geanalyseerd. Belangrijkste conclusie: waterschappen zijn organisatorisch prima in staat adequaat op te treden. Maar: blijft dat ook zo?

Op 20 mei jl. was het weer raak: wateroverlast in het zuiden van het land. Waterschappen staan aan de lat om adequaat met wateroverlastsituaties om te gaan. Gelukkig gaat het meestal goed en is de wateroverlast beperkt en snel opgelost. Grote vraag: welke algemene lessen kunnen we trekken uit deze gebeurtenissen, lessen die waterschappen helpen nog beter met wateroverlastsituaties om te gaan? Om die vraag te beantwoorden gaf STOWA Tauw en ORG-ID opdracht 57 evaluaties van wateroverlastsituaties over de afgelopen 10 jaar te analyseren. De belangrijkste conclusie is dat waterschappen goed zijn georganiseerd om tijdens wateroverlastsituaties adequaat op te treden. Toch zijn volgens de opstellers er ook verbeteringen mogelijk, zowel qua organisatie, communicatie als op het gebied van watersysteemkennis.

Waterschappers hebben volgens het rapport een grote bereidheid om tijdens wateroverlast alles te doen wat in hun vermogen ligt om problemen te beperken. Die bereidheid tot actie komt echter onder druk te staan naarmate crisissituaties vaker voorkomen en langer duren. Dat is niet ondenkbaar gezien de klimaatverandering. Een belangrijke reden daarvoor is dat vaak een (te) beperkt aantal mensen van de organisatie betrokken is bij het beheersen van wateroverlastsituaties. Hier ligt een organisatorische uitdaging, aldus de opstellers van het rapport.

Communicatie wordt ook gezien als een belangrijk aandachtspunt, zoals het vooraf maken van duidelijke(re) afspraken met andere overheden en private partijen over, taak, rol en verantwoordelijkheden bij een wateroverlastcalamiteit. Dit kan bijdragen aan tijdige en adequate actie.

Tot slot: waterschappen komen volgens het rapport soms onnodig, te vroeg, of te laat in actie door te weinig accurate weersvoorspellingen. Het goede nieuws is dat er bij het KNMI een project loopt dat regionale verwachtingen moet verbeteren. Hier is ook STOWA bij betrokken. Verder bevelen de opstellers van het rapport aan om via hydrologische modellering nog beter inzicht te krijgen in de werking van watersystemen onder extreme situaties en in de effectiviteit van mogelijke maatregelen.

In STOWA ter Info 73 reageert voorzitter van de STOWA commissie Wateroverlast Roel Bronda op de bevindingen van het rapport.

Het rapport ‘Leren van Wateroverlast’ (STOWA 2019-08) kunt u HIER downloaden.