11 november 2020

Lumbricus gaat, KLIMAP komt

Het kennisprogramma Lumbricus wordt in maart 2021 officieel afgesloten. Vier jaar onderzoek hebben de nodige puzzelstukjes opgeleverd voor een klimaatrobuuste inrichting van de hogere zandgronden, zegt Bas Worm, de initiatiefnemer van het programma: “Maar we hebben de hele puzzel nog niet kunnen leggen.” Want het programma leverde behalve antwoorden, ook weer nieuwe vragen op. Die worden grotendeels opgepakt binnen het programma KLIMAP, dat deze zomer officieel van start ging. STOWA is, net als bij Lumbricus, één van de financiers.

Luchtfoto van krinkelende beek

De afgelopen jaren hebben waterschappers, wetenschappers en gebruikers in een aantal proeftuinen de effectiviteit, maar ook de technische haalbaarheid van allerlei bodem- en watermaatregelen onderzocht om te komen tot klimaatrobuuste hogere zandgronden. Dat heeft de nodige nieuwe kennis en inzichten opgeleverd die waterschappers de nodige handelingsperspectieven bieden om aan de slag te gaan. Tegelijkertijd weten we volgens Bas Worm nog niet precies of de maatregelen altijd en overal toepasbaar zijn en wat de kosten zijn van maatregelen als je ze breder toepast. “Ook zijn we er binnen Lumbricus slechts ten dele in geslaagd de effectiviteit van sets van maatregelen voor grotere gebieden door te rekenen. Dat wilden we wel, maar dat bleek in dit programma helaas een brug te ver. En er blijven vragen over het ‘hoe’: de manier waarop partijen het met elkaar moeten gaan regelen, de governance. Ik ben blij dat veel van deze vragen nu worden opgepakt binnen de opvolger van Lumbricus, het kennisprogramma KLIMAP: Klimaatadaptatie in de praktijk.”

Uitstekend werk

Volgens onderzoeker Erik van Slobbe, betrokken bij KLIMAP, heeft Lumbricus met het proeftuinconcept waarin wetenschappers samen met gebruikers op zoek zijn gegaan naar effectieve maatregelen, uitstekend werk verricht. Werk waarop in KLIMAP goed kan worden voortgebouwd. Nieuw in KLIMAP is dat het programma via de methode van ‘ontwikkelpaden’ nadrukkelijk rekening houdt met onzekerheden rondom klimaatverandering. Maar bijvoorbeeld ook met mogelijke wijzigingen in landgebruik. Bij de ontwikkelpadenmethode ontstaan via het beantwoorden van ‘wat als vragen…’ een aantal denkbare richtingen in de opgave, zegt Van Slobbe: “Stel je voor dat het met de klimaatverandering ineens minder hard gaat, of juist veel harder dan we nu denken. Of dat het areaal landbouwgrond sterk terugloopt, danwel een omslag plaatsvindt van reguliere naar kringlooplandbouw.” Bij de start van Lumbricus was dit laatste nog nauwelijks aan de orde. Maar inmiddels is zo’n scenario zeker niet meer ondenkbaar, vindt Van Slobbe. Dan kun je er volgens hem dus maar beter rekening mee houden: “Op basis van de richtingen waarin de opgave zich

beweegt, kunnen we beter gaan beoordelen wat - ongeacht de uiteindelijke opgave -  no-regret maatregelen zijn, maatregelen die altijd zin hebben. Maar ook welke maatregelen op langere termijn weinig nut hebben, of misschien zelfs contraproductief.” De richting van autonome en klimatologische ontwikkelingen kunnen grote invloed hebben op de aard van de opgaven en het uiteindelijke doel, aldus Van Slobbe. “We zetten de combinatie van proeftuinen en modelleren uit Lumbricus voort en bedden dat in in de analysemethode van ontwikkelpaden.”

Enorme opgave

STOWA was nauw betrokken bij Lumbricus en is dat ook weer bij KLIMAP. De stichting draagt substantieel bij in de financiering van het vierjarige programma. Michelle Talsma van STOWA legt uit waarom: “Waterbeheerders op de hogere zandgronden staan voor de enorme opgave om de effecten van klimaatverandering – nu eens te nat, dan weer (veel) te droog) – het hoofd te bieden. En bij het nemen van water- en bodemmaatregelen om te komen tot een klimaatrobuuste inrichting, draait het niet alleen om de effectiviteit van die maatregelen. Het gaat uiteindelijk over een duurzaam economisch (landbouw) en maatschappelijk (natuur) gebruik. Daar komt heel veel bij kijken. KLIMAP kijkt naar alle stappen die nodig zijn om daar te komen. We diepen hiervoor de in Lumbricus opgedane kennis en inzichten de komende jaren verder uit. Dat gebeurt, net als bij Lumbricus, onder meer in een aantal proeftuinen bij de waterschappen.”

Het project wordt mede gefinancierd door de topsectoren Agri & Food en Water & Maritiem. De volgende partners zijn betrokken in de financiering en uitvoering van het samenwerkingsproject KLIMAP: Waterschap Aa en Maas, Waterschap Vallei en Veluwe, Waterschap De Dommel, Waterschap Brabantse Delta, Waterschap Limburg, Waterschap Vechtstromen, Waterschap Rijn en IJssel, Provincie Noord-Brabant, Provincie Gelderland, Provincie Limburg, STOWA, LLTB, KWR Water Research Institute, Deltares, Wageningen Environmental Research, Wageningen Lifestock Research, Wageningen Universiteit, Radboud Universiteit, Louis Bolk instituut, Van den Borne Aardappelen, KnowH2O, Kuipers Electronic Engineering, Barth Drainage.

Bron: Lumbricus nieuwsbrief oktober 2020.