29 juni 2020

Monitoringaanpak aquathermie

Het monitoren van ecologische effecten bij grootschalige inzet van thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) is van belang om deze vorm van aquathermie zonder risico's in te kunnen zetten als duurzame bron voor het verwarmen van woningen en bedrijfspanden. Deltares heeft binnen het kennisprogramma WarmingUP - waar ook STOWA aan deelneemt - daarom een monitoringaanpak opgesteld. Met deze aanpak kunnen waterbeheerders en warmteleveranciers de effecten van koudwaterlozingen goed monitoren en houden ze zicht op het ecologisch functioneren van een watersysteem.

TEO-systemen onttrekken in de zomer warmte uit het oppervlaktewater. Deze warmte wordt opgeslagen in de ondergrond en in de winter gebruikt voor het verwarmen van woningen en gebouwen. Door het onttrekken van warmte aan het oppervlaktewater wordt kouder water teruggeloosd: een koudwaterlozing. De praktijkvoorbeelden op wijkniveau van de afgelopen jaren geven nog geen volledig beeld van de effecten van koudwaterlozingen op de ecologie. Er zijn indicaties dat een koudelozing door verlaging in temperatuur kan leiden tot verbeterd doorzicht en lagere nutriëntconcentraties. Wat de ecologische effecten zijn bij grootschalige inzet van TEO op de langere termijn, is echter nog onbekend. Met het monitoren van TEO-installaties kunnen we volgen of er geen ongewenste ecologische effecten optreden. We kunnen de de data ook gebruiken om de kennis over de effecten van TEO op te bouwen: hoe verspreidt zich een koudelozing door een watersysteem en hoe reageren algen, planten en vissen? Deze kennis kan waterbeheerders helpen bij het maken van afwegingen om al dan niet een vergunning af te geven. 

Drie niveaus
Wat te monitoren is afhankelijk van de verwachte omvang van de koudelozing, de grootte en de verwachte gevoeligheid van het ontvangende oppervlaktewater en de mate van interesse in kennisontwikkeling. Daarom zijn er drie niveaus van monitoring gedefinieerd: het basisniveau ('weet wat je loost'), een uitbreiding voor de monitoring van de ecologische toestand, gestoeld op de KRW- monitoring en als derde niveau een uitgebreide variant waarbij directe effecten op soorten en hun ontwikkeling worden gemonitord. ”Het devies is meten en monitoren wat je onttrekt en loost en een vinger aan de pols houden zodat je kan ingrijpen waar nodig,” vertelt Ida de Groot-Wallast, expert bij Deltares.

De grootste effecten worden verwacht in het voorjaar; meten in meerdere jaren is daarbij van belang. Met de data uit de meest uitgebreide monitoringsvariant kunnen we onderzoeken welke verbanden we zien tussen de temperatuurverschillen, -verspreiding, de biochemie van het water en flora en fauna.

Handreiking vergunningverlening
STOWA heeft Witteveen+Bos en AT Osborne al eerder opdracht verleend om een handreiking vergunningverlening koudelozingen op te stellen. Initiatieven voor koudelozingen moeten dan getoetst worden aan met name de te verwachten  ecologische effecten. De eerste versie van de handreiking zal worden gebaseerd op de huidige kennis. Naar verwachting zal de monitoring in het kader van Warming Up leiden tot nieuwe kennis. Voorzover nodig zal de handreiking over enkele jaren op basis van de nieuwe kennis worden geactualiseerd.

> Download het Monitoringplan Ecologische Effecten Thermische Energie Oppervlaktewater.


WarmingUp

In WarmingUP werken ruim veertig partijen uit de hele warmteketen samen aan het ontwikkelen van toepasbare kennis, zodat collectieve warmtesystemen betrouwbaar, duurzaam en betaalbaar zijn voor de warmtetransitie. Het monitoringsplan is één van de eerste producten die opgeleverd zijn voor het thema Aquathermie. Met de kennisontwikkeling in WarmingUP en de samenwerking met het Netwerk Aquathermie zorgen we er gezamenlijk voor dat  aquathermie echt een alternatief wordt voor het collectief verwarmen en koelen van gebouwen.