16 januari 2018

Onderzoek naar mogelijke milieueffecten rubbergranulaat

Het RIVM en STOWA doen onderzoek naar mogelijke milieu-effecten van rubbergranulaat op kunstgrasvelden. Het RIVM doet dat in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, STOWA namens de gezamenlijke waterschappen.

Aanleiding voor het onderzoek is het bekend worden dat veel rubbergranulaat van de velden in het milieu verdwijnt. Het RIVM wees eerder al op mogelijke milieurisico’s door het uitlogen van stoffen uit de rubberkorrels. Het onderzoek bestaat uit verschillende onderdelen. Om te weten te komen in welke hoeveelheid rubbergranulaatdeeltjes en chemische stoffen uit het rubbergranulaat in de omgeving terecht komen, neemt het RIVM monsters van (grond)water en (water)bodem in de directe omgeving van tien kunstgras voetbalvelden met rubbergranulaat. Deze monsters worden geanalyseerd en vergeleken met beschikbare milieukwaliteitsnormen. Ook wordt de informatie van onderzoeken verzameld die door individuele waterschappen en gemeentes gedaan zijn of worden.
 

STOWA start een parallel onderzoek naar de effecten van stoffen op water- en waterbodemorganismen via het doen van bio-assays. Samen leveren het stofgerichte spoor (RIVM) en het effectgerichte spoor (STOWA) een beeld op van de milieurisico’s in de directe leefomgeving van de velden. Het RIVM bundelt de kennis in een rapport, dat naar verwachting medio 2018 gepubliceerd wordt.

Op de site van RIVM vindt u meer informatie. Klik HIER.

Aanleiding voor het onderzoek is het bekend worden dat veel rubbergranulaat van de velden in het milieu verdwijnt. Het RIVM wees eerder al op mogelijke milieurisico’s door het uitlogen van stoffen uit de rubberkorrels. Het onderzoek bestaat uit verschillende onderdelen. Om te weten te komen in welke hoeveelheid rubbergranulaatdeeltjes en chemische stoffen uit het rubbergranulaat in de omgeving terecht komen, neemt het RIVM monsters van (grond)water en (water)bodem in de directe omgeving van tien kunstgras voetbalvelden met rubbergranulaat. Deze monsters worden geanalyseerd en vergeleken met beschikbare milieukwaliteitsnormen. Ook wordt de informatie van onderzoeken verzameld die door individuele waterschappen en gemeentes gedaan zijn of worden.

 

STOWA start een parallel onderzoek naar de effecten van stoffen op water- en waterbodemorganismen via het doen van bio-assays. Samen leveren het stofgerichte spoor (RIVM) en het effectgerichte spoor (STOWA) een beeld op van de milieurisico’s in de directe leefomgeving van de velden. Het RIVM bundelt de kennis in een rapport, dat naar verwachting medio 2018 gepubliceerd wordt.

Op de site van RIVM vindt u meer informatie. Klik HIER.