Skip to main content Skip to main nav

22 september 2023

Onderzoek naar sturen op verdeling van schaarse warmte uit aquathermie

De potentie van aquathermie, het winnen van warmte uit water, is groot, maar niet oneindig. Zeker in stedelijk gebied kan de warmtevraag groter blijken dan het aanbod uit oppervlaktewater, afvalwater of drinkwater. Als dat het geval is, doen decentrale overheden er goed aan een waterenergieplan op te stellen en dit in hun beleid te verankeren. De watervergunning biedt waterbeheerders de mogelijkheid om op de gewenste verdeling te sturen. Dit blijkt uit een juridisch onderzoek van de Universiteit Utrecht, dat is uitgevoerd in opdracht van de provincie Utrecht, Rijkswaterstaat en STOWA.

Het Amsterdam-Rijnkanaal en het Merwedekanaal bij Utrecht, de rioolwaterzuivering bij Nieuwegein, het drinkwatertransportnet van de Watertransportmaatschappij Rijn-Kennemerland en het Valleikanaal: het zijn allemaal potentiële warmtebronnen waar mogelijk de vraag naar warmte groter zal zijn dan het aanbod. Meestal geldt dan 'wie het eerst komt, wie het eerst maalt’. Maar overheden willen graag sturen op een verdeling die maatschappelijk de grootste meerwaarde heeft. De studie van Universiteit Utrecht zet uiteen wat de sturingsmogelijkheden voor decentrale overheden zijn. Met deze studie kunnen overheden en waterbeheerders het hiervoor vereiste beleid gaan vaststellen.

Visie

De onderzoekers adviseren overheden om voor oppervlaktewater waar schaarste mogelijk gaat optreden een gezamenlijke visie te ontwikkelen op de verdeling van beschikbare warmte: eenwaterenergieplan. Doel van die visie is een zo groot mogelijk maatschappelijke meerwaarde van het gebruik van die warmte. Zodra de visie is verankerd in beleid, kunnen waterbeheerders via vergunningverlening sturen op de invulling hiervan, door alleen warmtewinning te vergunnen op locaties die in die visie zijn voorzien.

In het geval van warmte uit drinkwater en warmte uit afvalwater zijn drinkwaterbedrijven en waterschappen vrij in het bepalen van criteria om een geschikte partij te selecteren, zo lang de criteria die zij hanteren transparant en niet-discriminerend zijn. Om de meeste maatschappelijke meerwaarde te bereiken, kunnen zij zich hierbij ook baseren op een gezamenlijke visie die is vastgelegd in de Regionale Structuur Warmte of in een waterenergieplan.

 

Nieuwe wetten

Provincies en gemeenten hebben zelf nauwelijks sturingsmogelijkheden in handen, maar spelen wel een belangrijke rol bij de totstandkoming van dergelijke visies. De inwerkingtreding van de Omgevingswet verandert weinig aan deze sturingsmogelijkheden, aldus het onderzoek. De Wet Collectieve Warmtevoorziening, die naar verwachting op 1 januari 2025 in werking treedt, biedt naar het zich laat aanzien slechts zeer beperkte sturingsmogelijkheden aan gemeenten en provincies.

Uit de studie komt naar voren dat decentrale overheden met elkaar een visie en beleid moeten maken om te sturen op de verdeling van warmte uit water. Als te verwachten is dat de warmtevraag het aanbod overschrijdt, adviseren de onderzoekers om om samen in beeld te brenge hoe de warmtevraag verdeeld is, welke aquathermie-bronnen én welke alternatieven er zijn voor die warmtevraag en hoe groot het aanbod kan zijn (waterbeheerders en gemeente samen). Stel vervolgens vast hoe de optimale verdeling is voor de warmtetransitie. Omdat de bronnen vaak doorlopen over gemeentegrenzen heen, is het volgens de onderzekers nuttig om de uitkomsten te verankeren in de Regionale Structuurvisie Warmte.

Meer weten? Download het onderzoeksrapport

(Bron: provincie Utrecht)