Skip to main content Skip to main nav

16 mei 2023

Project Ecologische Beoordeling 2.0: voorbereiding ‘living labs’ in volle gang

In maart en april heeft STOWA expertsessies gehouden. Hierin werd experts van de biologische groepen van de KRW gevraagd wat de tekortkomingen zijn van de huidige KRW-systematiek, hoe we meer diagnostische informatie kunnen halen uit de monitoringdata, welke (nieuwe) technieken je daarvoor kunt inzetten en hoe we beter de verbinding kunnen leggen met andere domeinen. Ook werd onderzocht of monitoring van nieuwe groepen - zoöplankton, bacteriën & schimmels -meerwaarde heeft voor het stellen van een goede diagnose. Momenteel wordt deze input verwerkt tot concrete voorstellen voor enkele ‘living labs’ in het land.

Nog even kort de achtergrond van het EBEO-project. De bepaling van de aantallen en diversiteit aan organismen in het water leveren waterbeheerders op dit moment vooral een score op van de ecologische toestand voor de Kaderrichtlijn Water. Dat gebeurt volgens de bekende maatlatsystematiek. Maar monitoringgegevens kunnen ons ook heel vertellen  over de milieucondities en de leefomgeving waarin ze zich bevinden. Deze informatie benutten waterbeheerders tot dusver echter weinig. De centrale vraag in dit project is dan ook hoe we meer (diagnostische) informatie uit de monitoringdata kunnen halen. Maar ook of er naast de vier KRW-kwaliteitselementen (vissen, waterplanten, macrofauna en algen) andere soortgroepen zijn die ons kunnen helpen beter de oorzaken van waterkwaliteitsproblemen te vinden en daarmee handvatten bieden voor het nemen van de goede herstelmaatregelen.

Goede suggesties

Uit de gehouden expertsessies kwamen veel goede suggesties naar voren voor de manier waarop we meer informatie kunnen vergaren uit de bestaande monitoringdata. Van veel soortgroepen bestaan al soortenlijsten waarbij de relatie wordt beschreven tussen soorten en hun voorkomen in het milieu. Het gaat hier onder meer om de zogenoemde WEW-lijst, overzichten van ecologische preferenties van vissen, de ‘Van Dam lijst (voor diatomeeën), en een zeer actuele lijst (te verschijnen) met relaties tussen waterplanten en waterkwaliteit. Een aantal van deze lijsten is volgens de experts echter niet up-to-date. Ook zijn er al instrumenten die relaties leggen tussen waargenomen en gewenste soorten (zoals AqMaD, Iteratio, en ESTAR). Tot slot zijn er instrumenten die helpen bij het uniformeren en valideren van data (zoals TCN, NDFF, Turboveg).

DNA

Er werd in de sessies ook uitgebreid stilgestaan bij nieuwe monitoringtechnieken die we mogelijk kunnen gebruiken, zoals DNA-analyse, automatische beeldherkenning, sensoren en dergelijke. Daaruit kwam een wisselend beeld naar voren. Van DNA wordt bijvoorbeeld veel verwacht. Voor vissen zijn er al redelijk succesvolle resultaten mee behaald (eDNA). Maar veel experts denken dat het nog wel enkele jaren kan duren voordat deze techniek ook voor andere soortgroepen gebruiksgereed is. Dat komt onder meer omdat er nog onvoldoende gevalideerde databanken zijn waar DNA-profielen van soorten beschreven zijn.

Thema’s

De uitkomsten van de sessies zijn inmiddels geclusterd in een aantal thema’s, waaronder: gebruik data en systematieken, actualisatie data, nieuwe technieken, monitoring en bemonstering (wijze van…). Deze thema’s  zijn in april besproken met een aantal van de betrokken experts en vertegenwoordigers van waterschappen, om te kijken wat er wel en niet kan worden meegenomen in de zogenoemde living labs en wat bijvoorbeeld vooraf al gedaan zou kunnen worden, zoals de actualisatie van enkele soortenlijsten. Waarschijnlijk zal er een living lab plaats vinden in een gebied in laag Nederland, in hoog Nederland en waarschijnlijk ook in een Rijkswater.

Living labs

Het is de bedoeling om in de living labs te onderzoeken in hoeverre de geselecteerde aanbevelingen uit de expertsessies leiden tot een betere methode voor diagnose  van het functioneren van watersystemen. Daarbij wordt nadrukkelijk aansluiting gezocht met de ecologische sleutelfactoren en de huidige beoordeling voor de KRW (met de maatlatsystematiek). In de living labs wordt ook bekeken hoe we de uitkomsten beter kunnen vertalen naar bestuur en beleid en of er aansluiting kan worden gezocht bij de wijze waarop over landnatuur en biodiversiteit wordt gerapporteerd. Dit zijn nu gescheiden werelden.

Meer weten over dit project? Kijk op stowa.nl/ebeo