26 november 2018

Relatie zouttolerantie en groeistadium gewassen onderzocht

Onlangs werden resultaten bekend gemaakt van een literatuurstudie naar de vraag in hoeverre de zouttolerantie van landbouwgewassen afhankelijk is van het groeistadium waarin ze zich bevinden. De studie werd uitgevoerd door Wageningen Plant Research, Environmental Research en De Bakelse Stroom, in opdracht van het Deltaprogramma Zoet Water.

> Bekijk het rapport

Bij het kwantificeren van de gevoeligheid van een plant voor zout in de wortelzone wordt meestal geen rekening gehouden met verschillen in gevoeligheid per groeistadium. Er zijn aanwijzingen dat die verschillen groot kunnen zijn. Doel van de literatuurstudie was antwoord te krijgen op twee vragen:

1. Is zoutschade, i.c. opbrengstderving plus verminderde kwaliteit van het oogstbaar product (veroorzaakt door zout in de wortelzone en zout in het irrigatiewater) afhankelijk van het groeistadium?
2. Welke mechanismen veroorzaken deze schade en is kennis van groeifase gerelateerde
zoutschade aantoonbaar relevant voor de praktijk van het Nederlandse waterbeheer?

Voor de reactie van de plant op zout in de wortelzone zijn verschillende mechanismen verantwoordelijk. Er is sprake van een osmotisch effect en een ioneffect, elk met hun eigen dynamiek. Het osmotische effect, te vergelijken met vochttekort, treedt sneller en eerder op dan het ioneffect, maar de plant herstelt hier sneller van. Vooral in de eerste fasen van plantontwikkeling (groei, scheut- en bladontwikkeling) is de plant hier gevoelig voor. Toxische effecten, ofwel het ioneffect, treden later in het groeiseizoen op tijdens/na bloei en vrucht-/knol-/bol-vorming. Maar ook tijdens de kieming is de plant gevoelig voor zoutionen.

Het literatuuronderzoek naar verschillen in gevoeligheid voor zout per groeistadium per gewas leverde voor de Nederlandse literatuur nauwelijks nieuwe inzichten op. In de buitenlandse literatuur werden wel voorbeelden gevonden waarin onderscheid werd gemaakt in groeistadiumafhankelijke zouttolerantie. Maar de kennis is volgens de onderzoekers tot dusver ontoereikend om per gewas de relatie tussen zouttoestand in de wortelzone en groeireductie per groeistadium te kwantificeren, met name omdat de overdraagbaarheid van buitenlandse proeven naar de Nederlandse praktijk beperkt is. De onderzoekers doen aanbevelingen om onder geconditioneerde omstandigheden veldproeven te doen en ervaringen en gegevens van telers te gebruiken om een stap verder te komen met zout.

De Hoogheemraadschappen Hollands Noorderkwartier en Rijnland, DPZ,
de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur KAVB, LTO en STOWA hebben een eerste stap gezet in het gebruik van gegevens van telers door met bollentelers en waterbeheerders om de tafel te gaan zitten. WUR, Delphy en De Bakelse Stroom gaan samen met bollentelers kijken hoe de kennis en gegevens van de telers gebruikt kunnen worden om theorie en praktijk over zoetwatervoorziening bij elkaar te brengen . Dit initiatief is voortgekomen uit de zoutalliantie die is voortgekomen uit de Kennisdagen Zoetwater die rond het deltaprogramma Zoetwater worden georganiseerd.