15 november 2019

Tussenstand Nationale Analyse Waterkwaliteit

De voorziene maatregelen van de waterschappen en uit het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer leiden er vooralsnog niet toe dat de gestelde doelen van de Kaderrichtlijn Water voor nutriënten, biologie en chemische stoffen overal in Nederland worden gehaald. Bovendien zijn er grote regionale verschillen. Dat blijkt uit een notitie met tussentijdse resultaten van de Nationale Analyse Waterkwaliteit.

> Download de notitie met tussentijdse resultaten

De Nationale Analyse Waterkwaliteit NAWK is een traject van joint fact finding dppr Rijk, regio, stakeholders, maatschappelijke organisatie en kennisinstituten. De Nationale Analyse heeft een nieuwe relatie met de Kennisimpuls Waterkwaliteit, waar ook STOWA bij betrokken is. Daarin werken Rijk, provincies, waterschappen, drinkwaterbedrijven en kennisinstituten aan meer inzicht in de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater en de factoren die deze kwaliteit beïnvloeden. Daarmee kunnen waterbeheerders de juiste maatregelen nemen om de waterkwaliteit te verbeteren en de biodiversiteit te vergroten. Zie ook www.kiwk.nl.

Nutriënten
In de notitie wordt de nadruk gelegd op drie onderwerpen waarvoor KRW-doelen zijn vastgesteld: nutriënten, biologie (waterplanten, vissen, algen en macrofauna) en chemische stoffen. Uit de voorlopige resultaten blijkt dat de voorziene maatregelen een duidelijke verbetering van de waterkwaliteit laten zien. Zo neemt het aandeel regionale wateren dat aan de KRW-normen voldoet voor de nutriënten stikstof en fosfor volgens de eerste berekeningen in 2027 toe tot zo’n 60-65 procent. Bij de start van de eerste KRW-plannen in 2009 was dit 30-35 procent. Er zijn echter grote regionale verschillen. Zo is het aandeel wateren dat goed scoort het hoogst in het noorden en het laagst in het zuidelijke Maasstroomgebied. Dat heeft onder andere te maken met de kenmerken van het gebied. Zandgronden in het zuiden zijn gevoeliger voor nutriënten dan de kleigronden in het noorden. Daarnaast levert de intensieve veehouderij in Brabant veel mest op.

Maatlatten
De doelen voor het reduceren van de nutriëntenbelasting, zijn een opstap naar het verbeteren van de aquatische biologie. De KRW kijkt hierbij naar de ‘maatlatten’ waterplanten, vissen, algen en macrofauna (kleine diertjes). Volgens de eerste berekeningen komt het aandeel regionale wateren dat in Nederland in 2027 aan deze biologische maatlatten voldoet uit op 40-60 procent. in 2009 was dit nog 20-35 procent. Sommige waterschappen geven overigens aan dat ze een positiever effect verwachten dan nu is berekend. Sommige ecologen verwachten daarentegen dat de maatregelen minder effect zouden kunnen opleveren dan verwacht. Daarom zijn aanvullende metingen belangrijk, aldus Frank van Gaalen van het Planbureau voor de Leefomgeving, dat het NAWK-project coördineert. 

Behalve voor nutriënten en biologie kent de KRW ook regelgeving voor chemische stoffen. Er zijn Europese normen vastgesteld voor de zogenoemde prioritaire stoffen. Daarnaast zijn in het kader van de biologische KRW-doelstellingen specifiek verontreinigende stoffen geïdentificeerd. De normen voor deze laatste stoffen zijn door Nederland zelf – volgens Europese protocollen – vastgesteld. Op dit moment overschrijden 49 van de 136 genormeerde stoffen in minimaal één oppervlaktewater de norm. Het betreft voornamelijk PAK’s, metalen, ammonium en een aantal bestrijdingsmiddelen en antifoulingmiddelen, blijkt uit gegevens over 2018 van het Waterkwaliteitsportaal. Van Gaalen: “We weten nog niet van alle stoffen waar deze nu precies vandaan komen en wat het effect is op de biodiversiteit. Hier is meer analyse nodig, wat onder andere is opgepakt door het Rijk.”

(Bron: Waterforum online)