17 mei 2020

Zoeken naar oplossingen voor rode Amerikaanse rivierkreeft

Het aantal rode Amerikaanse rivierkreeften in sloten en plassen is nauwelijks gerelateerd aan de leefomgeving waarin ze zich bevinden. Er zijn wel aanwijzingen dat het verlagen van de fosforbelasting en het stimuleren van brede rietovers kunnen leiden tot lagere aantallen kreeften. Deze maatregelen zijn sowieso goed voor veel watersystemen. Dit blijkt uit een onderzoek dat onlangs is afgerond.

De rode Amerikaanse rivierkreeft is één van de uitheemse rivierkreeften die in Nederland voorkomt. De soort leeft vooral in het veenweide- en laagveenlandschap. Hij komt soms in grote dichtheden voor. De kreeft zorgt voor vertroebeling van het water, knipt waterplanten af en graaft in oevers. Om de schade die ze kunnen veroorzaken te verminderen of te voorkomen, zoeken water- en natuurbeheerders naar handvatten om de dichtheden omlaag te brengen. De kreeften komen op sommige plekken in hoge aantallen voor en op andere, nabij gelegen plekken, in lage aantallen. In dit onderzoek is gekeken of deze verschillen samenhangen met de aanwezige milieu- en omgevingsvariabelen.

Het onderzoek bevestigt dat de rode Amerikaanse rivierkreeft een opportunistische soort is: hij plant zich snel voort en gedijt onder veel verschillende omstandigheden. De onderzoekers hebben weinig verbanden gevonden tussen de dichtheden aan kreeften en milieu- en omgevingsvariabelen. Er is wel een zwak verband gevonden tussen kreeftendichtheden en de belasting van watersystemen met fosfor; er is een aanwijzing dat de aantallen stijgen naarmate de fosforbelasting hoger is. Dit verband is zoals gezegd zwak, maar biedt wel perspectief, omdat voor veel watersystemen het verlagen van deze belasting toch al belangrijk is om waterkwaliteitsdoelen te halen.

Daarnaast komt uit het onderzoek naar voren dat er minder kreeften kunnen voorkomen bij watersystemen met brede rietoevers. Ook dit geeft perspectief, omdat brede rietoevers eveneens positief bijdragen aan waterkwaliteit en biodiversiteit.

Naast dit onderzoek lopen er twee onderzoeken die meer inzicht moeten geven in de kosten en effectiviteit van het wegvangen van de kreeften. Er wordt daarbij onder meer gekeken naar de te plegen inspanningen, wet- en regelgeving en de effecten op de waterecologie. Ook wordt op dit ogenblik gewerkt aan een kosten-batenanalyse van het 'afkreeften'.

Het onderzoek naar de relatie tussen kreeftendichtheden en habitat is uitgevoerd door een team onderzoekers van Witteveen+Bos, HAS Den Bosch, ATKB, Bureau Waardenburg, de Universiteit van Amsterdam & EIS Naturalis. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer STOWA, een grote groep waterbeheerders, het kennisnetwerk Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit en het Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen.

Hoe zijn uitheemse rivierkreeften in ons land gekomen?

Tot in de tweede helft van de negentiende eeuw kwam er in Nederland maar één kreeftensoort voor: de Europese rivierkreeft. Er werd op gevist en in gehandeld. Halverwege de negentiende eeuw verschijnt er in Frankrijk een micro-organisme ten tonele met schimmelachtige eigenschappen. Dat heeft fatale gevolgen voor de inheemse kreeftenpopulatie. Tegen het einde van de eeuw is de Europese rivierkreeft in grote delen van Europa verdwenen door deze 'kreeftenpest'. Om dit 'economische verlies' te compenseren haalt men al in de negentiende eeuw kreeften uit Amerika. De eerste soort was de gevlekte Amerikaanse rivierkreeft. Die bereikte in de jaren vijftig van de vorige eeuw vanuit Frankrijk ons land. Later volgden meer kreeften, waaronder de rode Amerikaanse rivierkreeft. Ze zijn allemaal binnengehaald voor consumptiedoeleinden of voor de aquariumhandel. De rode Amerikaans rivierkreeft veroorzaakt van alle uitheemse kreeften de meeste schade, omdat het in tegenstelling tot de meeste andere kreeften een graver is.