Beheer van infiltratievoorzieningen
Met dit rapport helpen Stichting RIONED en STOWA beheerders van infiltratievoorzieningen om het beheer gestructureerd uit te voeren. In het rapport wordt voor de meest gebruikte infiltratievoorzieningen en de onderdelen ervan aangegeven wat u precies moet monitoren en hoe vaak u moet meten voor een optimaal beheer van de voorzieningen. Dit vormt de start van een beheerplan voor infiltratievoorzieningen. Hiermee wordt het makkelijker ervoor te zorgen dat infiltratievoorzieningen goed blijven functioneren.
|
Publicatienummer |
2026-01 |
|
Thema |
Klimaatadaptatie, Wateroverlast |
|
Datum |
|
Wateroverlast komt in Nederland steeds vaker voor. Daarnaast zijn er steeds meer periodes van droogte. Om de impact hiervan zo klein mogelijk te maken en de sponswerking van stedelijk gebied te vergroten, hebben gemeenten de afgelopen decennia diverse infiltratievoorzieningen aangelegd. Maar waarom functioneren sommige infiltratievoorzieningen kort na het aanleggen niet goed meer, terwijl dezelfde voorzieningen in een andere wijk wél naar verwachting blijven werken?
Uit onderzoek hiernaar bleek dat veel infiltratievoorzieningen na het aanleggen niet structureel getest en gemonitord worden. Hierdoor kan er geen gericht beheer plaatsvinden. Dat vermindert de kans op een goed functionerende infiltratievoorziening op de momenten dat het nodig is. Het is belangrijk dat er een eenduidig beheerplan komt met daarin informatie over het functioneren van de voorzieningen in de loop van de tijd. Dit rapport bevat een raamwerk voor zo’n beheerplan.
In het rapport zijn de meest gebruikte infiltratievoorzieningen en de onderdelen waaruit deze bestaan opgenomen. Er is daarbij steeds aangegeven wat u precies moet monitoren en hoe vaak u moet meten voor een optimaal beheer van de voorzieningen. Aan elk faalmechanisme is een meetfrequentie gekoppeld en een voorstel voor een beheeractie. Alles bij elkaar vormt dit de start van een beheerplan voor infiltratievoorzieningen.
English resume