Skip to main content Skip to main nav

23 juni 2026

Water Governance over uitvoeringskracht

De opgaven in de watersector zijn groot en uitdagend. Hoe krijgen we het voor elkaar dat verouderde infrastructuur tijdig wordt vervangen, dat nieuwe waterzuiveringen worden gerealiseerd, dat dijken worden versterkt, dat gebieden klimaatadaptief worden ingericht, enzovoort? Zijn er voldoende gekwalificeerde mensen en middelen om dat te realiseren? De nieuwste editie van Water Governance is geheel gewijd aan 'uitvoeringskracht', een thema dat ook nadrukkelijk naar voren komt in de nieuwste strategienota van STOWA.

Uitvoeringskracht is hét buzzwoord in de watersector als we denken aan wat er de komende jaren moet gebeuren, wetende dat er mensen met pensioen gaan, andere sectoren ook behoefte hebben aan deskundig personeel en het maar de vraag is of bedrijven het werk willen aannemen als het in de markt wordt gezet. Maar uitvoeringskracht kan vanuit governance­-perspectief ook breder gezien worden. Het kan ook gaan over processen, procedures en samenwerking. In hoeverre zijn deze in de watersector helpend of juist verstorend om ambities, plannen en projecten te realiseren? Welke verbeterpunten zijn denkbaar? 
 
Dat er verschillende perspectieven zijn om naar de opgave te kijken, wordt mooi uiteengezet in het artikel van Tim Busscher (Rijksuniversiteit Groningen) over institutionele logica’s. In de verschillende artikelen in deze editie zijn ook een paar dominante logica’s terug te zien. De belangrijkste is die waar we mee begonnen zijn; met de vervangingsopgave waarvoor te weinig geld en mensen beschikbaar zijn. Schaarste aan voldoende en passend opgeleide arbeidskrachten bij zowel de overheid als het bedrijfsleven is een enorme uitdaging.

Hoe de sector hiermee omgaat, wordt duidelijk in onder andere het drieluik over de waterketenopgave voor de waterschappen, 

Het artikel van Stichting RIONED over de druk op de noodzakelijke investeringen die voortkomen uit de gemeentelijke watertaken, de bijdrage van de drinkwaterbedrijven over het initiatief om samen te versnellen, en de spraakwater van Alexander Bletsis (TNO) over productiviteit. Daarnaast zien we een andere logica die pleit voor het verbinden van opgaven in gebieden. Water en bodem sturend komt dan ook weer regelmatig terug, net als de rijk-regio-discussie en het onderwerp participatie. Voorbeelden zijn te vinden in artikelen over interbestuurlijke omgevingsprogramma’s, klimaatveiligheid en -adaptatie, de ruimtelijke verkenning en uitvoeringskracht in het landelijk gebied.
 
Ook Martijn van der Steen (NSOB) nodigt ons in het interview met hem uit om de manier waarop wij naar de vervangingsopgave kijken ter discussie te stellen. Kortom: is het echt een probleem, of een gevolg van de manier waarop wij de opgave bekijken? Zitten we niet gevangen in onze eigen logica? En wat betekent dat
vervolgens voor onze aanpak? Voor het begin van de antwoorden: lees de laatste editie van Water Governance.