Energie en waterbeheer. Bouwstenen voor de energietransitie

Dit boekje geeft een helder overzicht van de mogelijkheden die het watersysteem biedt om (schone) energie op te wekken. Denk aan het winnen van warmte uit oppervlaktewater en afvalwater. Het geeft antwoord op vragen als: waar liggen de (beste) kansen? Hoe ver zijn we ermee en wat is er nog nodig om de kansen daadwerkelijk te benutten?

Nederland staat aan de vooravond van een ingrijpende verandering in het energiesysteem. Om de opwarming van de aarde beperkt te houden, moet de uitstoot van broeikasgassen vergaand omlaag. Waterschappen en Rijkswaterstaat hebben als doel gesteld zelf in resp. 2025 respectievelijk 2030 energieneutraal te zijn. Daarnaast dragen ze bij aan de nationale doelstelling dat Nederland in 2050 vrijwel geheel energieneutraal is. Ze zijn druk bezig met het besparen op, en het duurzaam opwekken van (schone) energie.

Voor de bediening van veel sluizen en gemalen bijvoorbeeld, benutten ze al langer lokaal opgewekte zonne-energie. Ook produceren waterschappen zelf biogas uit rioolwaterzuiveringsinstallaties. Maar er kan meer in het watersysteem. Bijvoorbeeld via het terugwinnen van energie uit oppervlaktewater en afvalwater, het plaatsen van drijvende zonnepanelen of het plaatsen van windmolens op dijken. Dat kunnen ze zelf doen, of anderen in de gelegenheid stellen deze mogelijkheden te benutten. Bijvoorbeeld door hiervoor vergunningen te verlenen.

In 2016 legden de Unie van Waterschappen, het ministerie van Economische Zaken en STOWA afspraken daarover vast in een Green Deal Energie. STOWA en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) stelden 600 duizend euro beschikbaar voor een onderzoeksprogramma, waarin kennisvragen werden omgezet in praktijkgericht onderzoek en pilots rondom de thema’s zon, wind, water, warmte en biogas.

Eind 2018 loopt deze Green Deal af. De verkenningen en proefprojecten laten zien dat de  terreinen en assets van de waterbeheerders veel energiekansen bieden. Met dit boekje willen wij u informeren over deze kansen. Het laat zien welke technologieën er zijn, in welke ontwikkelingsfase die zich bevinden, wat er nog moet gebeuren en of, en zo ja: waar er al concrete voorbeelden te vinden zijn.