Verkenning scenario's met hogere peilen in het voorjaar
Waterbeheerders staan voor een steeds complexere opgave. Enerzijds is er de maatschappelijke wens om water langer vast te houden om de zoetwatervoorraad te vergroten en zo de gevolgen van toenemende droogte en bodemdaling en te beperken. Anderzijds vraagt de gangbare landbouw om een bodem met voldoende draagkracht om percelen te kunnen bewerken. Dat laatste vraagt om een (tijdelijk) lager waterpeil, vooral in het voorjaar. De vraag welk peilbeheer het meest wenselijk is in landbouwgebieden, wordt steeds relevanter.
|
Publicatienummer |
2026-21 |
|
Thema |
Klimaatadaptatie, Zoetwatertekort & droogte |
|
Datum |
|
Om waterbeheerders te ondersteunen in hun afwegingen heeft STOWA deze verkennende studie laten uitvoeren naar de effecten van verschillende peilscenario’s in het voorjaar. In alle scenario’s gaat het om verhoogde oppervlaktewaterpeilen om het water vast te houden, met als gevolg hogere grondwaterstanden.
Dit onderzoek richtte zich op de gevolgen van aangepast peilbeheer voor de grondwatervoorraad, de draagkracht van de bodem, de landbouwopbrengst en de uitspoeling van nutriënten. Daarmee biedt het een eerste inzicht in de kansen voor aangepast peilbeheer en in aandachtspunten bij het langer vasthouden van water. Het onderzoek richtte zich op de gangbare landbouw.
Modelresultaten laten zien dat hogere waterpeilen in het voorjaar daadwerkelijk leiden tot hogere grondwaterstanden en een grotere grondwatervoorraad. Te hoge peilen kunnen echter negatieve gevolgen hebben voor de landbouw omdat percelen pas later in het voorjaar bewerkbaar zijn. Het aantal beschikbare dagen voor gewasgroei neemt dan af.
De gevolgen van hogere peilen verschillen per gebiedstype, per gewas en hangen sterk af van het weer. Vooral de meteorologische omstandigheden in de voorafgaande winter blijken bepalend: na een droge winter is er meer ruimte om water vast te houden zonder nadelen voor de landbouw. Bij een natte winter kunnen negatieve effecten optreden.
Een belangrijke conclusie van deze verkenning is dat er geen universeel optimaal peilbeheer bestaat. Een hoger peil kan werken in het ene gebied of voor een bepaald gewas, maar op een andere plek of voor een ander gewas niet. De resultaten onderstrepen daarmee het belang van regionaal en lokaal maatwerk. Adaptief peilbeheer, waarbij waterpeilen continu worden afgestemd op actuele grondwaterstanden, weersverwachtingen en gebiedskenmerken lijkt veelbelovend in plaats van peilbeheer op min of meer vaste momenten.
Dit rapport biedt geen blauwdruk, maar reikt waardevolle kennis aan voor de verdere ontwikkeling van een meer adaptief peilbeheer in agrarische gebieden. De resultaten helpen om het gesprek te voeren over hoe water langer vast kan worden gehouden met oog voor de landbouwproductie.
Wij hopen dat deze verkenning bijdraagt aan verdere kennisontwikkeling rondom adaptief peilbeheer en zo tot een meer klimaatbestendig Nederland.
(Download het volledige rapport onder aan de pagina)
English resume