Skip to main content Skip to main nav

29 november 2022

Hoe krijg je meer ruimtelijke kwaliteit bij regionale dijkversterkingsprojecten?

STOWA en een groot aantal waterschappen participeren in het onderzoeksprogramma ‘RuimtelijkeKwaLiteit in wAterveiligheidsBeheer (RuiKwa-LAB)’. Het programma onderzoekt wat ruimtelijke kwaliteit in waterveiligheidsbeer inhoudt en hoe ruimtelijke kwaliteit geborgd kan worden in waterveiligheidsprojecten. Het is een gemeenschappelijk onderzoeksprogramma van de RU Groningen en Wageninen Universiteit. Els Dijkstra schreef in dit verband een master thesis geschreven over het integreren van ruimtelijke kwaliteit in regionale dijkversterkingsprojecten.

Binnen het programma worden ruimtelijke en organisatorische ontwerprichtlijnen en handvatten voor ontwerpers en planners ontwikkeld voor het versterken van ruimtelijke kwaliteit in waterveiligheidsbeheer. Het onderzoek sluit daarmee aan bij de actuele situatie in het waterveiligheidsbeheer en met name de vraag hoe het versterken van waterveiligheid gecombineerd kan worden met ruimtelijke kwaliteit.

Doel van Dijkstra’s onderzoek was om inzicht te krijgen in hoe ruimtelijke kwaliteit wordt overwogen in regionale waterkering projecten, en specifiek hoe de inzet van beleidsinstrumenten bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit binnen deze projecten. De aanleiding hiervoor is dat er in de praktijk steeds meer aandacht is voor ruimtelijke kwaliteit. Echter, het blijft vaak een impliciet beleidsdoel. Daarnaast is er in vergelijking tot primaire keringen minder onderzoek gedaan naar regionale keringen.

In het onderzoek zijn de best practice projecten de Wheredijk in Purmerend (HHNK) en de Voorweg in Zoetermeer (Rijnland) geselecteerd als cases. In beide dijkversterking projecten werd er veel aandacht besteed aan ruimtelijke kwaliteit. Met behulp van literatuuronderzoek werden beleidsinstrumenten geïdentificeerd die kunnen bijdragen aan de integratie van ruimtelijke kwaliteit. Vervolgens is aan de hand van interviews, een focus groep discussie en een beleidsanalyse gekeken naar de inzet van deze instrumenten in de praktijk.

Een belangrijke uitkomst is dat beleidsinstrumenten in de cases hebben bijgedragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Er was niet één beleidsinstrument dat op zichzelf verantwoordelijk was voor het versterken van de ruimtelijke kwaliteit, maar de combinatie van instrumenten en de context waarin ze werden ingezet waren doorslaggevend.

 

Op basis van de cases en onderzoek naar barrières en kansen voor ruimtelijke kwaliteit in regionale projecten zijn verschillende aanbevelingen opgesteld voor waterschappen. Allereerst zouden waterschappen een meer geïntegreerde gebiedsgerichte aanpak kunnen toepassen. Door breder naar de omgeving te kijken, kan worden gekeken naar meekoppelkansen en bundeling van projecten. Ten tweede kan ruimtelijke kwaliteit bij regionale projecten op programmatische manier worden overwogen, zoals gebeurt bij het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Op deze manier hoeft het wiel niet in elk project opnieuw te worden uitgevonden en kunnen waterschappen van elkaar leren. Ten derde is het essentieel ruimtelijke kwaliteit beter te definiëren in projecten, zodat er concrete acties kunnen worden ondernomen om het te realiseren. Ten vierde wordt het aangeraden om ‘zacht’ beleid zoals bijvoorbeeld factsheets te institutionaliseren, en ruimtelijke kwaliteit in waterbeheer programma’s te integreren zodat het geprioriteerd kan worden. Als laatste is het belangrijk financiële instrumenten te gebruiken om ruimtelijke kwaliteit te financieren, zoals bijvoorbeeld cofinanciering, samenwerkingen, subsidies en contract types.

Om de barrières en kansen van het realiseren van ruimtelijke kwaliteit in waterveiligheid projecten (die deels aan de aanbevelingen ten grondslag liggen) of om een uitgebreider beeld te krijgen van de verschillende beleidsinstrumenten die ruimtelijke kwaliteit versterkten in de cases nodigen we u graag uit om het onderzoek door te bladeren.

> Download de volledige master thesis van Els Dijkstra