21 april 2020

ORK IV: 'Slim investeren' & 'uitlegbaar veilig'

Al sinds 2004 draagt het Ontwikkelingsprogramma Regionale Keringen ORK met praktijkgerichte kennis en kunde bij aan het op orde krijgen en houden van de regionale keringen in ons land. Het programma is volgens programmatrekker Robin Biemans nog altijd actueel. Dit jaar ging fase IV van start. 'Slim investeren' en 'uitlegbaar veilig' zijn hierbij de sleutelbegrippen. Het is het langslopende programma van STOWA.

Robin Biemans blikt nog een keer kort terug op de dijkafschuiving bij Wilnis in 2003. Het was een wake up call die duidelijk maakte dat we meer aandacht moesten besteden aan de regionale waterveiligheid. Die kwam er dan ook. In 2004 ging het Ontwikkelingsprogramma Regionale Waterkeringen - kortweg ORK van start. Doel van dit programma: provincies en waterschappen handvatten te geven bij de zorg voor, en het toetsen van keringen. Biemans: "Mede dankzij ORK is er een doordachte systematiek ontwikkeld voor het aanwijzen, toetsen, verbeteren, beheren en onderhouden van regionale keringen. Deze systematiek wordt inmiddels met succes toegepast om de regionale keringen op orde te krijgen en het achterland veiliger." STOWA en de gezamenlijke waterschappen voeren het programma uit in opdracht van het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen.

Doelmatigheid
Missie geslaagd, zou je zeggen. Of (nog) niet? Robin Biemans: "We hebben met ORK al veel bereikt. Maar er is nog altijd behoefte aan het programma. Er zijn allerlei ontwikkelingen die ons dwingen na te blijven denken over een goede regionale-veiligheidsstrategie. Denk aan de introductie van de meerlaagsveiligheid, de overstap naar een nieuwe normeringssystematiek voor primaire keringen, maar ook klimaatverandering. Bovendien begrijpen we nog altijd veel niet over de sterkte van keringen. Hierdoor doen we voorzichtige aannames bij het berekenen van de sterkte. De vraag is of er daardoor niet te veel keringen worden afgekeurd, waardoor we onnodig versterken. Meer inzicht in de werkelijke sterkte draagt bij aan grotere doelmatigheid bij gelijke veiligheid. Daar blijven we aan werken."

Wat de kosten betreft: op dit moment zijn alle keringen een keer getoetst. En van de afgekeurde keringen is een groot deel versterkt. Maar van de resterende keringen die zijn afgekeurd en nog versterkt moeten worden, hebben waterschappen volgens Biemans het gevoel dat de versterkingen te grote kosten met zich meebrengen, vooral als je die afzet tegen de waarde van het te beschermde gebied. "De vraag is: wat doen we met dit soort versterkingsopgaven?
 

Zijn er andere mogelijkheden om de keringen kosteneffectief op orde te houden? Daar kijken we in ORK IV naar. We werken onder meer aan een alternatief waarin het goed monitoren en meenemen van de werkelijke sterkte een belangrijke rol spelen bij het toetsen. Het gaat erom dat je op slimme manier met je geld omgaat. Vandaar dat 'slim investeren' een van de sleutelbegrippen is in ORK IV."

Middel en doel
In ORK fase IV wordt volgens Biemans tevens - zij het voorzichtig - de mogelijkheden verkend van een wat andere veiligheidsbenadering. "De huidige veiligheidsbenadering is de IPO-normsystematiek. De keringen zijn daarin ingedeeld in vijf klassen, met oplopende veiligheidsnormen. Dat zijn normen voor de kering. Waar we naartoe willen is een systematiek die meer redeneert vanuit een te beschermen gebied. Het doel van hoogwaterveiligheid is immers niet de sterkte van een kering, dat is het middel. Het doel is het waarborgen van de veiligheid van het achterliggende gebied. Mogelijk zijn er naast dijkversterking, andere, slimme mogelijkheden om dat te bereiken. Bijvoorbeeld het plaatsen van een gemaal met een grotere capaciteit. Daarbij zien we regionale keringen steeds meer als onderdeel van het totale watersysteem bij wat we doen. En dat watersysteem zal de komende jaren door de effecten van klimaatverandering er mogelijk heel anders uit komen te zien. Daar bereiden we ons op voor."

Tot slot nog even naar het tweede sleutelbegrip van ORK IV: 'uitlegbaar veilig'. Hoe zit het daarmee? Biemans: "Veiligheid blijft voorop staan, maar we merken dat het steeds belangrijker wordt om inwoners uit te leggen hoe je daarvoor zorgt en hoe de relatie is met het gebied waarin ze zelf wonen en werken. Goed communiceren over de manier waarop je werkt aan waterveiligheid wordt steeds belangrijker. Vandaar 'uitlegbaar veilig'."

Het Ontwikkelingsprogramma Regionale Keringen fase IV wordt gefinancierd door de provincies en de gezamenlijke waterschappen voor respectievelijk
125k€ en 250k€ per jaar.

> Download het ORK-programmaplan fase IV