Doelsturing voor wateropgaven? Een verkenning
Dit rapport bevat de resultaten van een verkenning die STOWA heeft laten uitvoeren naar doelsturing voor wateropgaven en de positie van de waterschappen hierin. Bij doelsturing stelt de overheid doelen vast en krijgt de agrariër meer vrijheid om de doelen te bereiken. Bij middelsturing stuurt de overheid op te nemen maatregelen.
|
Publicatienummer |
2026-27 |
|
Thema |
Diversen, Diversen |
|
Datum |
|
Het landelijk gebied staat voor grote opgaven. De waterkwaliteitsnormen moeten worden gehaald, net als de regionale doelen voor verdroging en wateroverlast. Tot nu toe gebruikt de overheid middelsturing om deze doelen te halen, zoals het instellen van spuitvrije zones rondom waterkwaliteit. Maar het lukt hiermee nog niet om de stagnatie in nutriëntenafname in oppervlaktewater te keren. Daarom is doelsturing in beeld: de overheid stelt doelen vast en geeft de agrariër meer vrijheid om in te vullen hoe die worden bereikt. Doelsturing gaat uit van vakmanschap van ondernemers. Het is echter een relatief nieuw beleidsinstrument, zeker voor de waterschappen.
STOWA heeft op verzoek van de Unie van Waterschappen een verkenning laten uitvoeren. Als uitgangspunt voor de studie is de volgende definitie gehanteerd: Doelsturing is een benadering waarbij de overheid drie zaken in samenhang vaststelt: een doel, een mate van vrijheid voor ondernemers, en de consequentie van het wel/niet behalen van het doel dat men wil bereiken. Er zijn zijn uiteenlopende regionale pilots met doelsturing geanalyseerd, zoals Markemodel Gelderland, Drenthe Boert Duurzaam en Agroproeftuin NO Brabant. Op basis van deze bevindingen, gesprekken en wetenschappelijke kennis is een raamwerk ontwikkeld. Dit raamwerk kan helpen voor een gezamenlijk begrip over doelsturing en het gesprek over de positie van waterschappen.
Het ontwikkelde raamwerk onderscheidt drie lagen. Ten eerste een doelsturingssysteemlaag die zich richt op de opgave, doelformulering, mate van keuzevrijheden in maatregelen en een sturingswijze. Vervolgens een uitvoeringslaag gericht op de borging en onzekerheden, monitoring, toezicht en handhaving en juridische kaders. Tot slot een een contextlaag gericht op gebiedskenmerken, cultuur, organisatiegraad en praktijk. Kritische Prestatie-Indicatoren (KPI’s) vervullen een brugfunctie tussen doelen en de dagelijkse praktijk. Deze dienen voor de betreffende wateropgaven, verder uitgewerkt te worden.
Met dit raamwerk en deze verkenning kunnen waterschappen hun positie ten opzichte van doelsturing
vormen. Belangrijke conclusie is dat doelsturing het huidige beleid niet vervangt. Waterschappen kunnen geleidelijk starten met doelsturing als alternatief voor middelsturing, als een ontwikkelpad.
Deze verkenning is opgesteld in nauwe samenspraak met een begeleidingsgroep bestaande
uit waterschappers en medewerkers van de Unie van Waterschappen.
English resume