Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden

Dit project richt zich op het onderzoeken van de uitstoot van broeikasgassen uit veenbodems. Doel is de effectiviteit van verschillende maatregelen tegen veenafbraak te onderzoeken en de voorspellingen van de emissies onder verschillende omstandigheden en bij verschillende maatregelen te verbeteren.

Een van de oorzaken van bodemdaling is de afbraak van veen. Daarbij komt CO2 vrij. Uit veenbodems kunnen ook methaan4 lachgas N2O vrijkomen. Het beperken van deze broeikasgasemissies is onderdeel van het Klimaatakkoord. Daarom is er met behulp van klimaatgelden een landelijk onderzoeksprogramma gestart waarin de uitstoot van broeikasgassen uit veenbodems gemeten zal gaan worden: het Nationaal Onderzoeksprogramma Broeikasgassen Veenweiden (NOBV). Doel van het onderzoek is om de effectiviteit van verschillende maatregelen tegen veenafbraak te onderzoeken en de voorspellingen van de emissies onder verschillende omstandigheden, zoals het type veen, en bij verschillende maatregelen te verbeteren. Om dit gedegen in beeld te brengen is het noodzakelijk om meerjarig te meten. Maatregelen die onderzocht worden zijn onderwaterdrainage, drukdrainage en verschillende natte teelten. Daarnaast zal er gemeten worden aan bodemdaling en wordt onderzocht wat de huidige emissies van broeikasgassen uit verschillende veenbodems zijn. Om de processen goed te begrijpen en de modellen voor de emissies zo goed mogelijk te maken, zal ook onderzoek worden gedaan naar bodemleven, waterkwaliteit en andere factoren die de emissies beïnvloeden.

Voor de uitvoering is een uniek consortium gevormd van verschillende onderzoekspartijen: Deltares, Radboud Universiteit, Vrije Universiteit Amsterdam, Universiteit Utrecht, Wageningen Environmental Research en Wageningen Universiteit, met medewerking van Technische Universiteit Delft, B-ware en Kytalyk Carbon Cycle Research VOF. Op de locaties wordt samengewerkt met diverse andere onderzoeksinstituten en adviesbureaus.

Ten behoeve van het onderzoeksprogramma zijn vijf locaties geselecteerd waar reeds onderzoek naar maatregelen tegen veenafbraak plaatsvindt. De broeikasgasmetingen zullen in nauw overleg met alle betrokken partijen aan deze lopende onderzoeken gekoppeld worden. Dat heeft als voordeel dat er geen nieuwe proefvelden hoeven te worden aangelegd en dat er al een meer stabiele situatie is ontstaan. Bovendien kan daardoor gebruik worden gemaakt van data die al op deze locaties is verzameld. Bij de selectie van de onderzoekslocaties is bovendien rekening gehouden met diversiteit in bodemopbouw, maatregelen en schalen van maatregelen. De geselecteerde locaties zijn Zegveld (Utrecht), Aldeboarn (Friesland), Rouveen (Overijssel), Vlist (Zuid-Holland) en Assendelft (Noord-Holland).

Het NOBV wordt mogelijk gemaakt door: het Rijk, Provinsje Fryslân, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Provincie Zuid-Holland, Provincie Utrecht, Provincie Noord-Holland, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Wetterskip Fryslân, Waterschap Drents-Overijsselse Delta, het Innovatieprogramma Veen Noord-Holland (IPV), het Veenweide Innovatiecentrum (VIC) en de Regiodeal Bodemdaling Groene Hart. Het onderzoek wordt uitgevoerd onder regie van STOWA.

Meer weten?

Wilt u meer weten over het Onderzoeksprogramma? > Ga naar de site van het NOBV.