Klimaatadaptatie in de praktijk KLIMAP

Het is droog in Nederland en de regen die valt, komt steeds vaker in de vorm van piekbuien. De hooggelegen zandgronden zijn niet ingericht op deze effecten van klimaatverandering. De komende vier jaar onderzoekt een consortium van 24 partijen, waaronder STOWA hoe het water- en bodemsysteem op de zandgronden in Nederland klimaatadaptief kan worden ingericht voor onder andere landbouw en natuur. De naam van het project: Klimaatadaptatie in de Praktijk, kortweg KLIMAP.

De klimaatverandering leidt ertoe dat de waterschappen en provincies samen met de andere actoren in het landelijk gebied inzicht willen in de ruimtelijke, maatschappelijke en fysieke gevolgen ervan op regionale schaal. men wil ook inzicht hebben in mogelijke adaptatiemaatregelen in hun land- en watersystemen, en hoe die via gebiedsprocessen kunnen worden gerealiseerd.

In dit project worden zogenoemde ontwikkelpaden (IPCC: climate development pathways) gebruikt als integrerend concept om te komen tot handvatten voor klimaatbestendige inrichting van de Nederlandse zandgebieden met duurzaam economisch gebruik.
Ontwikkelpaden vormen een mechanisme voor flexibele aanpassing aan de voortdurend veranderende omstandigheden door zowel geplande ontwikkelingen als autonome ontwikkelingen zoals klimaatverandering.

Van incidenteel uitvoeren van grootschalige projecten bewegen we in dit project naar een langlopend dynamisch interactief planproces waarin wanneer nodig bijstellingen worden gerealiseerd om te komen tot een klimaatadaptieve inrichting en bijbehorend aangepast economisch gebruik. De ontwikkelpaden moeten worden gevoed met inzichten in de op dat moment te verwachten veranderingen en de effecten van adaptatiemaatregelen. Hiervoor is een goed begrip van de gebiedspecifieke land- en watersystemen van adaptatiemaatregelen op diverse schalen (tijd, ruimte, governance) vereist.

Ontbrekende kennis wordt daartoe in proeftuinen en living labs verzameld. Kritische (basis)data van het bodem- en watersysteem worden verzameld, analysemethoden en modellen om het complexe systeem integraal op landschapsschaal te kunnen analyseren worden aangepast en doorontwikkeld om toekomstverkenningen (scenariostudies, beleidsverkenningen en planvormingsprocessen) uit te voeren. De toepasbaarheid en bruikbaarheid van op deze wijze van informatie voorziene ontwikkelpaden in gebieds- en beleidsprocessen worden in de praktijk (proeftuinen en living labs) getest. Uitwisseling van kennis is daarin een continu proces.

Naast de methode worden ook draagvlak, haalbaarheid, betaalbaarheid en risico’s van ontwikkelpaden geëvalueerd. Een belangrijk onderdeel van het project is hoe de kennis en ervaringen uit de proeftuinen en living labs ‘op te schalen’ dus buiten de proeftuinen te implementeren. Klimaatadaptatie in de praktijk wordt aldus een dynamisch proces van leren, participeren en implementeren.

De kosten van het vierjarige project bedragen 6,7 miljoen euro. Het project wordt mede gefinancierd door de topsectoren Agri & Food en Water & Maritiem.

De volgende partners zijn betrokken in de financiering en uitvoering van het samenwerkingsproject KLIMAP: Waterschap Aa en Maas, Waterschap Vallei en Veluwe, Waterschap De Dommel, Waterschap Brabantse Delta, Waterschap Limburg, Waterschap Vechtstromen, Waterschap Rijn en IJssel, Provincie Noord-Brabant, Provincie Gelderland, Provincie Limburg, STOWA, LLTB, KWR Water Research Institute, Deltares, Wageningen Environmental Research, Wageningen Lifestock Research, Wageningen Universiteit, Radboud Universiteit, Louis Bolk instituut, Van den Borne Aardappelen, KnowH2O, Kuipers Electronic Engineering, Barth Drainage.