Dijkdoorbraken; ontstaan, voorkomen en bestrijden

Dit rapport vat de resultaten samen van een uitgevoerde studie naar het ontstaan, het voorkomen en het bestrijden van dijkdoorbraken.

Bij hoogwaterrisico's wordt veel aandacht besteed aan de belastingen: waterstanden, golf- werking en stroming. Aan de sterkte van dijken wordt minder aandacht besteed, ondanks dat bijvoorbeeld in 1995 bleek dat de dijken niet overal stevig genoeg waren. De toen optredende Rijnafvoer (12.600 m3/s) lag zelfs ver onder de norm van die tijd (15.000 m3/s). Er moesten noodmaatregelen getroffen worden en er werd zelfs tot evacuatie van de Betuwe overgegaan.

Het doorbreken van primaire waterkeringen is dus zeker niet denkbeeldig, ondanks dat van officiIële zijde wordt gesteld dat de dijken sinds de uitvoering van het Deltaplan Grote Rivieren nu veilig zijn. Formeel is de overschrijdingskans van de ontwerp-waterstand (variÎrend van 1/10.000 tot 1/1.250 jaar) ook de norm waarop een dijk pas wordt geacht door te breken. De feitelijke kans kan wel veel groter zijn omdat er omtrent de sterkte van dijken sprake is van een groot gebrek aan kennis. Tezamen met een grote variabiliteit aan sterkte-eigenschappen maakt dit dat er veel onzekerheden kleven aan de werkelijke kans op een doorbraak.

Hierbij komt nog dat de overstromingsrisicoís in de toekomst groter worden, wanneer er geen verdere maatregelen genomen worden. Dit is het gevolg van klimaatveranderingen en een toename van de potentiÎle schade en slachtoffers door intensiever ruimtegebruik in potentiÎle overstromingsgebieden.

Op basis van het voorgaande werd door Royal Haskoning nader onderzoek wenselijk geacht, waarbij dieper ingegaan zou worden op de redenen van het ontstaan van een doorbraak (bres), op de mogelijkheden ter voorkoming ervan en op te treffen noodmaatregelen mocht een bres onverhoopt toch optreden. Over de opzet van dit onderzoek vond overleg plaats met dr.ir. P.J. Visser van de TUD, die een autoriteit is op het gebied van dijkdoorbraken.

De voorliggende management samenvatting is een beknopte weerslag van deze studie, welke werd uitgevoerd door ir. K.A.J. van Gerven, in het kader van zijn afstuderen aan de TUD. Deze studie is opgedragen door STOWA aan Royal Haskoning, met als contactpersonen de heer ir. L.R. Wentholt en de heer ir. H.J. Verhagen (de laatste mede namens de TUD). Royal Haskoning initieerde het project en zorgde voor de hosting en directe begeleiding van de heer Van Gerven, waarbij ir. G.J. Akkerman en M.A. van Heereveld M.Sc. betrokken waren.