Ecologische sleutelfactoren Bufferzone en Waterplanten. Tussenrapportage

Dit rapport bevat een nadere uitwerking van de ecologische sleutelfactoren Bufferzone en Waterplanten voor stromende wateren.

Met de komst van de KRW zijn maatlatten ontwikkeld waarmee de ecologische toestand aan de hand van voorkomende planten en dieren kan worden beoordeeld. Deze maatlatten geven echter alleen een kwaliteitsoordeel: de toestand is goed, matig, onvoldoende of slecht. Er wordt geen diagnose gesteld en geen analyse van het ecosysteem gemaakt. Er wordt, met andere woorden, geen indicatie gegeven over de aard van de oorzaken van een onvoldoende kwaliteit. Daarmee wordt het ook moeilijk om maatregelen te formuleren om de kwaliteit te verbeteren. Wat is immers het knelpunt?

Om het proces van ecologische watersysteemanalyses te ondersteunen, heeft STOWA de methodiek van ‘ecologische sleutelfactoren’ (ESF’s) geïntroduceerd. De ecologische sleutelfactoren maken inzichtelijk welke oorzakelijke factoren en processen het meest de ecologische toestand bepalen. Daarnaast vormen ze het vertrekpunt om te bepalen met welke maatregelen de ecologische kwaliteit kan worden verbeterd. De ecologische sleutelfactoren stellen waterbeheerders in staat een goede ecologische systeemanalyse te doen van een watersysteem. Ze geven een antwoord op de vragen: waarom is de ecologische toestand zoals het is, en wat moeten we doen om verbetering te bewerkstelligen? Ze vormen zo een goede aanvulling op de kennis en methoden die er zijn om de ecologische toestand in beeld te brengen.

Er zijn negen ESF’s voor stilstaande wateren en tien ESF’s voor stromende wateren. De ESF’s voor stromende wateren zijn: 1. Afvoerdynamiek; 2. Grondwater; 3. Connectiviteit; 4. Belasting; 5. Toxiciteit; 6. Natte doorsnede; 7. Bufferzone; 8. Waterplanten; 9. Stagnatie; 10. Context. Dit rapport bevat een andere uitwerking van de ecologische sleutelfactoren 7. en 8.