Risico-inschatting emissie lachgas vanuit Nederlandse rioolwaterzuiveringen. Resultaten meetonderoek voor verificatie eenvoudige risico-inschatting

Lachgas levert een relatief grote bijdrage aan de CO2-voetafdruk van rioolwaterzuiveringsinstallaties. De ammonium- en nitrietconcentraties in het effluent zijn een goede basis voor het inschatten van het risico op de aanwezigheid van lachgas. Waterschappen kunnen aan de hand daarvan bepalen bij welke rwzi ze maatregelen moeten nemen om emissies beter te meten. Dat is de belangrijkste conclusie van dit rapport.

Bij het (transporteren en) zuiveren van afvalwater komen de broeikasgassen methaan en lachgas vrij. Eerdere STOWA onderzoeken hebben aangetoond dat deze twee broeikasgassen een relatief grote bijdrage (>15%) kunnen leveren aan de CO2 voetafdruk van een zuiveringsinstallatie. Methaan (CH4) is een veel sterker broeikasgas dan CO2. In 2016 is voor methaan een onderzoek (STOWA 2016-09) gepubliceerd met daarin concrete maatregelen om de emissie van methaan te reduceren.

De emissie van lachgas is in tegenstelling tot methaan meer complex om te meten en te reduceren. In deze studie is een methode ontwikkeld  en geverifieerd om het risico op de vorming en emissie van lachgas te kunnen inschatten. Aangetoond is dat de ammonium-, en vooral de nitrietconcentraties in het effluent een goede basis vormen om het risico op lachgas in te schatten. Het is daarmee mogelijk om op basis van deze componenten binnen een waterschap een selectie te maken in zuiveringen met een laag, gemiddeld of hoog risico op lachgasvorming. De voor de metingen gebruikte sensor, die lachgas meet in de waterfase geeft een goed inzicht in de ordegrootte van de lachgasemissies. Een protocol voor het meten van lachgas op een zuivering is opgenomen in dit rapport.

Samenvattend: de studie geeft waterschappen handvatten om aan de slag te gaan met lachgas. Het is mogelijk om te inventariseren welke zuiveringen mogelijk de hoogste bijdrage leveren aan de CO2 voetafdruk en hoe de emissie van lachgas in de praktijk is te kwantificeren.