Programma Omgaan met Zout
De ministeries van LVVN en I&W, Rijkswaterstaat en STOWA werken in dit programma samen aan het beantwoorden van een aantal praktische kennisvragen rondom de toenemende verzilting van water en bodem, mede een gevolg van klimaatverandering. Grote vraag: wat betekent dit voor landbouw en natuur?
Projectcode |
556.003 |
Uitvoerders |
Diversen (zie tekst) |
Thema |
Klimaatadaptatie, Zoetwatertekort & droogte |
Startdatum |
|
Einddatum |
|
Tags |
Klimaatverandering voor Nederland betekent dat we rekening moeten houden met frequenter en langduriger droogte in het voorjaar en de zomer én met zeespiegelstijging. Deze effecten zullen leiden tot toename van verzilting van grondwater en oppervlaktewater en vervolgens ook bodemvocht in vooral West- en Noord-Nederland. Door de toename van het neerslagtekort in de zomer zal bovendien de mogelijkheid om zoetwater aan te voeren door de grote rivieren kleiner worden. Denk ook aan gebieden waar er geen externe aanvoer van zoetwater is, zoals op de Zeeuwse eilanden.
Dit resulteert in veel vragen over de verzilting van het bodem-watersysteem en ook hele praktische vragen zoals: hoeveel zoet doorspoelwater is er nodig? Hoeveel zout in het (beregenings)water geeft schade? Welke maatregelen kan ik nemen om de schade te beperken? En wegen deze maatregelen op tegen de kosten? Dit soort vragen spelen op lokale, regionale en landelijke schaal in het waterbeheer en in vele sectoren zoals drinkwater, industrie, landbouw en natuur. Om antwoord te kunnen geven op de praktische vragen is het belangrijk om de kennishiaten op te vullen, gericht op de Nederlandse situatie met dynamiek in zoutgehalten, waarbij sprake is en blijft van een neerslagoverschot op jaarbasis.
Het beoogde resultaat van het project is nieuwe kennis die kan leiden tot bruikbare drempelwaarden voor zouttolerantie voor zowel landbouwgewassen als natuurlijke vegetatie, op basis van langjarige experimenten in kassen, labs en ook veldexperimenten. Met deze kennis kunnen we onderbouwde adviezen genereren voor waterbeheerders en voor de agrarische sector en terreinbeheerders over hoe om te gaan met zout. Dit geldt voor beregening en drainage en ook voor het doorspoelen van het oppervlaktewater om de zoutvracht te verminderen. Uiteindelijk levert dit onderzoek de bouwstenen voor een nog verder te ontwikkelen zouttool waarmee gerichte adviezen en risico’s kunnen worden gegenereerd.
Het project loopt van 2025 tot en met 2029 en is verdeeld in een vijftal werkpakketten waarover u meer kunt lezen op de thematabbladen:
- Zout in bodemvocht, uitvoerder Deltares
- Zouttolerantie van landbouwgewassen, uitvoerder WEnR (Wageningen Environment Research) en WPR (Wageningen Plant Research)
- Zout en terrestrische natuur, uitvoerder KWR
- Zout en aquatische natuur, uitvoerder WEnR, KWR en Deltares
- Handelingsperspectief, WEnR en Van Geest Ecologie
WEnR (projectleiding), Deltares, KWR en van Geest Ecologie zijn verantwoordelijk voor de uitvoering. De beantwoording van de kennisvragen leidt tot de opbouw van kennisdossiers en andere resultaten, zoals (online) bijeenkomsten, Deltafacts, rapporten en andere producten. De tussen- en eindproducten komen beschikbaar op STOWA.nl.
Het project wordt gefinancierd door de ministeries van LVVN en I&W, Rijkswaterstaat en STOWA. Daarnaast zijn de volgende provincies en waterschappen (ook medefinanciers) betrokken:
- Waterschap Amstel, Gooi en Vecht
- Hoogheemraadschap van Delfland
- Wetterskip Fryslân
- Hoogheemraadschap van Rijnland
- Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard
- Waterschap Hollandse Delta
- Waterschap Brabantse Delta
- Waterschap Zuiderzeeland
- Waterschap Scheldestromen
- Gemeente Schouwen-Duiveland
- Provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Friesland en Zeeland
English resume