Verbeterde methode risicobeoordeling blauwalg zwemwateren

In dit project laat STOWA op verzoek van waterbeheerders en provincies op basis van nieuwe technieken een verbeterde methode ontwikkelen voor het inschatten van de gezondheidsrisico’s van de aanwezigheid van blauwalgen in zwemwater. Deze methode kan uiteindelijk uitmonden in een uniforme richtlijn van het Rijk.

De waterbeheerders voeren analyses uit om in te kunnen schatten hoe groot het risico is op het voorkomen van blauwalgentoxines in het zwemwater en daarmee op de gezondheidsrisico’s voor zwemmers. De wijze waarop dat gebeurt verschilt van waterbeheerder tot waterbeheerder, waardoor de basis onder de motivatie van waarschuwingen of zwemverboden varieert. De huidige richtlijnen (het Blauwalgenprotocol uit 2012 en de komende update van 2019) zijn vrijblijvend en daarbij is de voor monitoring beschreven methodiek tijdrovend en vatbaar voor interpretatieverschillen.

Op verzoek van waterbeheerders en provincies laat STOWA op basis van nieuwe technieken in dit project een verbeterde methode ontwikkelen voor het inschatten van de gezondheidsrisico’s, waarbij DNA-technieken en toxinebepalingen een centrale rol spelen. Deze methode kan uiteindelijk uitmonden in een uniforme richtlijn van het Rijk.

Het project om te komen tot een betere Richtlijn Blauwalgen, bestaat uit drie fasen. In de eerste fase stellen diverse kennisinstituten gezamenlijk (en in overleg met het Platform Blauwalgen) een verbeterde richtlijn vast, op basis van bestaande kennis en ervaring. In de tweede fase testen waterbeheerders deze richtlijn tijdens het zwemseizoen in een aantal blauwalggevoelige plassen, waarbij de kennisinstituten en waterschapslaboratoria de analyses met nieuwe technieken uitvoeren. In de derde fase wordt de verbeterde richtlijn geëvalueerd, waarna een advies wordt uitgebracht aan het Rijk.