Skip to main content Skip to main nav

Onderzoek naar het beheer van watergangen in relatie tot de gedragscode (habitatbenadering, locatiebezoek en klepelen)

Voor onderhoudswerkzaamheden met een mogelijk negatief effect op beschermde soorten moeten waterschappen een vrijstelling aanvragen van verbodsbepalingen. Dat kan via een vergunning, maar voor standaardwerkzaamheden maakt men meestal gebruik van een gedragscode. Deze geeft per soort of soortgroep voorschriften per werkzaamheid. Zo wordt voorkomen dat voor standaardwerkzaamheden iedere keer opnieuw een nieuwe vergunning nodig is. In dit 4-jarige onderzoek wordt – in de aanloop naar een nieuwe gedragscode – de zogenoemde habitatbenadering vergeleken met de traditionele soortgerichte aanpak die de basis vormt voor de huidige gedragscode. Ook wordt gekeken hoe klepelen zich verhoudt tot andere maaimethodes, en wordt bekeken hoe verschillende onderzoeksmethoden naar beschermde soorten zich verhouden. De resultaten zullen worden benut voor de nieuwe gedragscode (2030-2035).

Gedragscodes zijn soortgericht en richten zich op die locaties waar beschermde soorten voorkomen. Deze locaties zijn vastgesteld op basis van zorgvuldig onderzoek in het veld, via de zogenoemde locatiebezoeken. De bescherming is passief (voorkomen negatieve effecten). De uitvoering is complex, omdat verschillende soorten verschillende, soms tegenstrijdige, eisen stellen.

De afgelopen jaren zijn de eisen voor een gedragscode echter strenger geworden, terwijl tegelijkertijd meer ruimte in watergangen nodig is voor klimaatadaptatie, biodiversiteit en KRW. Waterschappen hebben mede om die reden de afgelopen jaren op veel locaties gewerkt volgens een afwijkende aanpak: de habitatbenadering. Hierbij wordt altijd een minimale hoeveelheid vegetatie gespaard, ook als er géén beschermde soorten zitten. Vanwege de uitvoerbaarheid (er komt meer natuur) is een lichtere onderzoeksinspanning onderdeel van de habitatbenadering. 

De aanname is dat de habitatbenadering nieuwe kansen biedt voor beschermde (en overige) soorten. Een tweede aanname is dat de lichtere onderzoeksinspanning geen negatief effect heeft op populaties van beschermde soorten. Naar beide aannames is echter onvoldoende onderzoek gedaan. 

Verder geldt nu voor gedragscodes een verbod op klepelmaaien. Dit geeft problemen in de uitvoering, hogere kosten en mogelijk ook gemiste kansen vanuit de ecologie. Immers, met gebruik van een klepelmaaier kan de maaifrequentie omlaag, kunnen maaimomenten worden uitgesteld en kan zwaardere vegetatie worden beheerd. 

In dit 4-jarige onderzoek wordt de habitatbenadering vergeleken met de traditionele soortgerichte aanpak, die de huidige basis vormt voor gedragscodes. Ook wordt gekeken hoe klepelen zich verhoudt tot andere maaimethodes. Verder wordt bekeken hoe verschillende onderzoeksmethoden naar beschermde soorten zich verhouden. De resultaten zullen worden benut voor de nieuwe gedragscode (2030-2035).