Skip to main content Skip to main nav

Van (spoor)wegtalud naar dijktalud

Kunnen wegen en spoorlijnen bij een overstroming dienen als een tijdelijk dijklichaam? En kunnen ze bij ernstige wateroverlast worden gebruikt voor transport in het kader van crisisbeheer en herstel? In het onderzoek ‘Van (spoor) talud naar dijktalud’ inventariseerden onderzoekers aan de hand van vier deelstudies hoe de Nederlandse spoor- en infrastructuur zich gedraagt in extreme situaties. En wat we daarvan kunnen leren voor een eventuele inzet ervan als tijdelijk dijklichaam. Dit rapport bevat de resultaten van dit onderzoek.

De onderzoekers selecteerden gebieden met verschillende bodemsoorten in de provincies Zeeland, Utrecht, Noord-Brabant en Overijssel. Voor elke provincie werden van drie spoorlijnen en drie verkeerswegen de bodemopbouw en het dwarsprofiel geanalyseerd, om te zien hoe water een baanlichaam binnendringt en of de dwarsprofielen voldoende stabiel blijven bij wateroverlast.

Uit het onderzoek kwam naar voren dat een zandige bodemopbouw stabieler is dan klei. Dat komt omdat een baanlichaam van zand weliswaar sneller verzadigd raakt, maar het water ook veel sneller kan afvoeren. Bij een ondergrond van klei verlopen verzadiging en afvoer veel geleidelijker. De stabiliteit bij verzadiging neemt altijd af, maar wegen hebben het voordeel dat ze zijn opgebouwd uit een zandcunet. Spoorwegen kennen – vooral als ze van oudere datum zijn – een andere opbouw en bestaan vaak uit lokaal aanwezig bodemmateriaal. Vooral baanvakken met een ondergrond van klei zijn daardoor kwetsbaar, zoals bleek in 2023, toen overvloedige neerslag in Zeeland zorgde voor schade aan spoorwegverbindingen.

Ook de belasting maakt uit: verkeerswegen zijn breder dan spoorlijnen. Vaak kan de belasting op wegen worden beperkt door het afsluiten van een of meer rijstroken, of door het verminderen van zwaar verkeer. De belasting van spoorwegen is tot viermaal zo groot als bij autowegen. Problemen vanwege stroomuitval en materieel komen daar nog bij. Wegen lenen zich dus beter voor inzet als tijdelijke waterkering dan spoortaluds.

Welke maatregelen kun je nemen om iets te gebruiken als tijdelijk dijklichaam? De onderzoekers hebben gekeken naar de toepassing van een kleideklaag om een wegtalud ‘waterdicht’ te maken, zoals bij een echte dijk. Analyse wijst uit dat dat werkt, maar dat de afvoer van water wel een aandachtspunt is.

Het aanpassen van baanlichamen vraagt natuurlijk om investeringen. Die zijn volgens de onderzoekers alleen kosteneffectief voor korte trajecten met een effect over een relatief grote afstand (Stratelligence, 2022). Dit is bijvoorbeeld het geval bij het ophogen van plaatselijk lagere delen van wegen, het aanbrengen van een kleilaag en het minder steil opzetten (verflauwen) van taluds. Daarnaast helpen goede inspecties en monitoring van grondwaterstanden, het versterken van de onderdoorgangen bij bruggen en viaducten en flauwere taluds die bij overstroming beter bestand zijn tegen afkalving of bezwijken.